Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13 Augustus 1849 een onderwerp regelt van Rijkspolitie, op hare bepalingen die der Gemeentewet ten deze geenen invloed kunnen uitoefenen.

De circulaire eindigt aldus; „zoo is, wat de handhaving der vreemdelingenwet betreft, in gemeenten , die e.enen commissaris van politie hebben , deze, in gemeenten die meer dan een commissaris hebben, hij die met het centraalbureau is belast, en alleen daar waar geen commissaris van politie wordt gevonden , de burgemeester het hoofd van politie der gemeente."

Tn hel algemeen kan echter de burgemeester niet beschouwd worden als hoofd der algemeene politie in de gemeente.

\\ el meent de Commissie dat de burgemeester als administratief chef van liet personeel der gemeentepolitie mag worden aangemerkt in den zin, waarin bijv. de Minister van Oorlog de chef is van het wapen der marechaussee.

Ten aanzien van de gesteldheid van den commissaris van politie en den burgemeester tegenover de algemeene of Rijkspolitie , kan de meening der Commissie worden geresumeerd als volgt:

Het is twijfe 1 achtig of de commissaris van politie, hoewel door den Koning benoemd ambtenaar van het Regeeringsgezag en dienstbaar aan de Rijkspolitie, gezegd kan worden te zijn een ambtenaar van de Rijkspolitie.

De burgemeester is in het algemeen geen ambtenaar van Rijkspolitie; ook niet in de gemeenten , waar geen commissaris van politie is.

Hij is dat wel in de gevallen, waarin hem "bij de wet of wettelijk voorschrift-bevoegdheden van aigemeene politie zijn opgedragen.

In laatstbedoelde gevallen staat hij onder het ?.e.za.Ê> ^er algemeene politie, namelijk onder den Minister van Justitie en directeuren van politie.

W aar in b ij zonde re wetten bevoegdheden worden toegekend aan „het hoofd van politie der gemeente", jnoet onder die uitdrukking niet noodwendig verstaan worden de burgemeester, vermits deze aan de Gemeentewet geen andere bevoegdheid ontleent, ook ten aanzien van de politie, dan van zuiver gemeentelijken, huishoudelijken aard, maar zal het in ieder geval uit de bijzondere bep alingen der wetten moeten worden afgeleid, welk ambtenaar, hetzij burgemeester, hetzij commissaris van politie, onder de uitdrukking is begrepen.

De bepalingen van de wet op de hondsdolheid, welke zoowel aan den burgemeester als aan den commissaris

Sluiten