Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in ieder geval is de by de instructie aan den Commissaris gegevene bevoegdheid met overeen te brengen met die van den burgemeester volgens art. 184 volgg. der Gemeentewet.

De-oplossing aan de hand gedaan door mr. Oppenheim (t. a. p.) dat namelijk vde Commissaris de aan zijne instructie ontleende bevoegdheden eerst zal hunnen handteeren als het oproer enz tot meerdere gemeenten overslaat eene oplossing door den schrijver zeiven met boven twijfel verheven genaamd , rust naar het oordeel der Oommissie met op de wet en is daarom willekeurig. Er schijnt maar eene oplossing mogelijk, ook reeds door mr. Oppeniiehi geopperd, namelijk deze, dat waar strijd bestaat de anterieure instructie moet wijken voor de posterieure Gemeentewet.

L)e bevoegdheden van dien Commissaris komen bovendien in conflict met het gezag over de algemeene of rijkspolitie.

^ gezag is bij het besluit van 1851 duidelijk geregeld. De Minister van Justitie aan het hoofd , clan de directeuren van politie, onder hen het personeel bedoeld in art. 6. Directeuren volgens art. 5 o. a. belast met de zorg voor de rust en de veiligheid van den Staat, met de bescherming van personen gd goederen ? met het voorkomen van misdryven.

Welke plaats zou de Commissaris in die hiërarchie innemen ? , ~Ae ."jërarchie wordt hy niet genoemd , eene plaats tusschen (.en Minister van Justitie en de directeuren wordt hem niet aangewezen.

Alleen wordt bij art. 15 aau Commissarissen de bevoegdheid gegeven aan directeuren zoodanigen last op te dragen en opgaven te vragen , als zij zullen meenen dat met Onzen dienst overeenkomt.

Voor zoover het geven van inlichtingen aangaat, is daartegen m het algemeen geen bezwaar; integendeel kan het voor den Commissaris van belang zijn om bijv. omtrent de sterkte en de plaatsing der rijkspolitie, of het al of niet voldoende zijn van de gemeente-veldwacht ingelicht te worden. Wat echter het geven van last aangaat, rijst de vraag, van welken aard kan die last zijn en hoe te handelen , wanneer de Minister van Justitie tegenstrijdigen last gegeven heeft, of de last in conflict zou komen met de maatregelen door den directeur ter vervullin<T van z(jn taak genomen ?

^ De Commissie komt tot de volgende slotsom:

De beteekenis van het gezag van den Commissaris der Koningin in zake de algemeene of rijkspolitie is onzeker, zoowel tegenover dat van den bui ge meester als tegenover dat van den directeur van politie.

Sluiten