Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

politie en dergelijke, niet tot de eigenlijke veiligheidspolitie, als bedoeld wordt in het besluit van 1851 , behooren, maar veeleer tot die onderwerpen van staatszorg, die eene bijzondere kennis en wetenschap vereischen bij de organen , die ze behartigen en , vooi zooverre zij tot de politiezorg in het 'ilgemeen kunnen gerekend worden, behooren tot wat men noemt de technische politie , waarvan de leiding in den regel niet behoort bij justitie, maar — al naar mate van het bijzondere onderwerp , — bij verschillende Ministers en ook bij dien van Waterstaat, verzoro-d worden,

en eindelijk _ dat de politie geene meerdere zelfstandigheid tegenover de justitie behoeft, daar veeleer de politie, wegens bet groote belang dat er aan verbonden is dat zij steeds overeenkomstig het recht handele , en wegens het innige verband tusschen preventie en repressie , door met de justitie samen te gaan , niet anders dan winnen kan.

De Oommissie is dan ook van oordeel dat de politie behoort te blijven onder de leiding van den Minister van Justitie.

Zij heeft daarvoor in hoofdzaak vier gronden :

1°. Zij ziet daarin meer waarborg dat de politie zich zal bewegen binnen de perken van het recht, geen bijoogmerken zal dienen , en uitsluitend eerlyke middelen zal bezigen , dan wanneer de leiding is toevertrouwd aan het Departement van Binnenlandsche Zaken. Staat de politie onder het Departement van Justitie — in den regel meer los van de politiek dan dat van Binnenlandsche Zaken — dan zal voor klachten over misbruik der politie tot bijoogmerken minder stof aanwezig zijn.

De geschiedenis in andere landen heeft het geleerd. Zoo komt de Fransche Prefect Andeieux in zijn Souvenirs d'un Préfet de Police (bladz. 305 volgg.) met groote openhartigheid er voor uit dat een préfet de police het met de middelen niet te nauw moet nemen, en verkondigde in Pruisen de Minister von Puttkammkr in de zitting van den Rijksdag van 9 Mei 1884- de leer, dat de Staat het recht en den plicht heeft zich van buitengewone middelen te bedienen, wanneer het niet mogelijk is op andere wijze de misdrijven te ontdekken of tegen te gaan.

2°. Er is wel eens van de zijde der politie de klacht geuit dat zij bij de justitie minder in aanzien zoude zijn. De klacht schijnt op een misverstand te berusten. Bij de justitie ontbreekt het niet aan groote waardeering van de uitnemende plaats welke de politie vervult. Zij verheugt er zich in wanneer de

Sluiten