Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor dat bij wettelijk voorschrift de gelegenheid aan de hoofdambtenaren vau politie in het arrondissement, volgens dat lid de hoofdcommissaris of commissaris van politie, werd opengesteld om overleg te plegen met de officieren van justitie.

Dit denkbeeld vond echter geen steun, daar men meende dat van het plegen vau overleg over.politiezaken met een officier van justitie, die zelf geen politiegezag zoude uitoefenen , wel niet veel goed gevolg kon verwacht worden. Van het honden van overleg — steeds een vaag denkbeeld — in zake politiebelangen, zonder dat een der o verlegplegende partijen het recht had den doorslag te geven, had men tot dusverre niet veel baat gezien. Alleen vau eene goed aaneengesloten hiërarchie en ondubbelzinnigheid van bevoegdheid , konden de voor de politie zoo noodige eenheid en zekerheid vau handelen worden verwacht.

De Commissie meent alzoo dat onder de procureurs-generaal, die ieder in zijn ressort het gezag zouden uitoefenen , in art. 5 van het besluit van 1851 aan directeuren van politie toegekend, rechtstreeks hoofd ambtenaren van rijkspolitie met het beheer over de politie beliooren te worden belast.

Zij is daarbij van oordeel dat die ambtenaren niet, in ieder geval, behoeven te zijn afzonderlijke ambtenaren, a</ hoe daartoe benoemd , omdat het zich laat aanzien dat onder de bestaande hoogere ambtenaren , thaus reeds met politiedienst belast, geschikte personen zullen worden aangetroffen , aan wien nevens hunne gewone functiën het beleid over de politie in een arrondissement of een deel daarvan met gerustheid kan worden toevertrouwd.

Zij heeft daarbij o. a. het oog op hoofdcommissarissen en commissarissen vau politie; op hoofdofficieren en officieren der marechaussee, die met de toestanden en politiebehoeften in den kring, waarin zij dienst doen, in den regel goed bekend zijn , en waaruit in vele gevallen goede keuzen voor bedoelde functiën zullen kunnen worden gedaan.

De Regeering zoude echter vrij moeten blijven in hare keuze en beslissing.

De Commissie meent voorts dat, voor den ambtskring dezer ambtenaren , de indeeling in arrondissementen behoort te worden gevolgd , met dien verstande, dat, waar de uitgebreidheid van het arrondissement of de verscheidenheid en veelheid der bemoeiingen het vereischen , meer dan één ambtenaar zal worden aangesteld.

Zoo zal bijv. waar de keuze mocht vallen op een hoofdcommissaris in eene groote gemeente, deze niet altijd in staat zijn, nevens zijne gewone bezigheden en die als hoofdambtenaar van rijkspolitie in de gemeente, tevens met goed gevolg het

Sluiten