Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zooals in liet Rapport op bladz. 40 is besproken is het twijfelachtig of uit de omstandigheid , dat de commissaris dienstbaar is aan de rijkspolitie, in verband met zijn karakter als „agent van het gouvernement" moet afgeleid worden dat hij als ambtenaar van rijkspolitie moet beschouwd worden.

De Commissie meent dat die twijfel behoort te worden opgelost, en dat de vastheid van de positie en de attributen het wenschelijk maken, dat hij uitdrukkelijk als ambtenaar van de rijkspolitie worde aangewezen.

Zij meent dat daartoe het besluit van 1851 zal behooren te worden aangevuld, en dat ook eene wijziging der Gemeentewet wenschelijk zal zijn, welke te gereeder zal kunnen plaats vinden , nu — naar het oordeel der Commissie — art. 190 Gemeentewet toch wijziging zal behoeven.

Een lid wenschte den commissaris van politie niet ambtenaar maar vertegenwoordiger der algemeene of rijkspolitie te noemen. Hij wilde op die wijze doen uitkomen dat de commissaris in de eerste plaats is ambtenaar der gemeentelijke politie.

De Commissie acht echter de uitdrukking .vertegenwoordiger" te onbestemd, te dubbelzinnig. Zij zoude allicht tot verschil vau meening aanleiding geven eu daardoor eene nieuwe bron van onzekerheid van bevoegdheid opleveren.

Zij acht die wijziging te minder noodig, nu de Commissie eenstemmig van oordeel is dat de commissaris van politie in de hiërarchie der rijkspolitie moet worden opgenomen.

In de tweede plaats komt in aanmerking de betrekking van liaofdeommissaris van politie , welke noch in de wet, noch bij Koninklijk bcslhit is genoemd of geregeld.

De omstandigheid dat noch de Gemeentewet, noch het Wetboek vau Strafvordering, noch het besluit van 1851 hoofdcommissarissen van politie keut, terwijl toch zoodanige ambtenaren sedert jaren iu de grootste gemeenten bestaan , heeft tot dusverre niet tot groote ongelegenheid aanleiding gegeven.

Men heeft over het algemeen de hoofdcommissarissen beschouwd als commissarissen van politie , die in plaatsen waar meerdere commissarissen zijn, het centraalbureau beheeren en de algemeene leiding voeren , zulks behoudens de zelfstandigheid, welke de commissarissen aan hun hoog en gewichtig ambt ontleenen, en de verschillende gezaghebbenden der politie hebben in die richting hunne instructiën gegeven.

Toch hebben zich meermalen moeilijkheden voorgedaan.

Er wordt wel eens munt geslagen uit het feit dat liet ambt van hoofdcommissaris wettelijk niet wordt genoemd.

Ook schijnt het niet meer dan regelmatig dat een zoo belangrijk ambt uitdrukkelijk zijn grond'vindt in de wet.

Sluiten