Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Commissie heeft ernstig de vraag overwogen of daartoe moet worden overgegaan.

Zij ontveinst het zich niet dat er ernstige bezwaren tegen kunnen worden aangevoerd.

In de eerste plaats mag het twijfelachtig worden genoemd of het meerendeel der burgemeesters de vereischte geschiktheid bezit voor de uitoefening van rijkspolitiebelieer en de noodige opgewektheid om die taak op zich te nemen.

De politie is een zeer moeilijk vak, dat veelzijdige kennis en talenten vereischt en niet minder eene groote mate van zelfstandigheid , van onafhankelijkheid van de openbare meening, van vrijheid van alle vrees om zich vijanden te maken.

De vraag mag worden gesteld of liet te wachten is dat het meerendeel, bij den druk, dien de politieke en andere partijen of coteriën , vertegenwoordigd in de burgerij , in den raad , in het college van burgemeester en wethouders, in den tegenwoordigen tijd meer en meer op den burgemeester trachten uit te oefenen, de opgewektheid zoude bezitten, zich nog met lust te wijden aan de taak der rijkspolitie, zoo bij uitnemendheid geeigend om in botsing te komen met belangen van allerlei aard ?

Eu al moge het te verwachten zijn dat ten aanzien van velen die vragen bevestigend kunnen beantwoord worden , zoo mag toch betwijfeld worden of er genoegzame zekerheid bestaat dat zulks met de groote meerderheid het geval zal zijn.

Zeker schijnt het wel te zijn dat de hooge denkbeelden, die Thorbecif, , bij de behandelii g der Gemeentewet, en na hem vele anderen , geuit hebben nopens de. groote uitwerking ten goede, welke, bij oproerige bewegingen en samenscholiugen , / het persoon lijI; optreden van den burgemeester hebben zoude door de ondervinding, als regel althans, niet z\jn bevestigd.

De voorbeelden toch zijn niet zeldzaam , dat de burgemeester huiverde op te treden , of het persoonlijk optreden liever aan anderen overliet.

Bovendien mag worden gevraagd of er geene burgemeesters zullen gevonden worden , die , geleid door eeue vaak aangetroffen begripsverwarring ten aanzien van den aard der gemeentelijke autonomie, weinig geneigd zullen zijn eene plaats in hetrijkspolitieverband ouder hooger rijkspolitiegezag in te nemen, daarbij over het hoofd ziende dat de rijksdienst, welke den burgemeester in het Staatsbelang wordt opgedragen, geheel valt buiten de gemeentelijke autonomie, welke uitsluitend de huishoudelijke belangen betreft.

Almede mag gevraagd of zoodanige gezindheid geene aanleiding tot wrijving en botsing met het rijkspolitiegezag zou kunnen opleveren ?

Sluiten