Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overeenkomstig liet voorstel der Commissie de hoofdleiding aan het o-ezag van" de rijkspolitie opgedragen wordt.

In"de derde plaats werd er in de Commissie op gewezen dat in zoodanige gevallen meermalen militairen worden beschikbaar gesteld in kleineren getale en van een ander wapen dan is verlangd, hetgeen tengevolge kan hebben dat de verstrekte macht te kort sebiet voor het beoogde doel.

Om aan het kwaad tegemoet te komen geeft de Lommissie in overweging aan het eerste lid van art. 185 toe te voegen de woorden „en stellen zooveel mogelijk het gevraagd aantal manschappen van het verlangde wapen te zijner beschikking" en in het tweede lid m plaats van „zij wordt" te lezen „De vordering wordt ■

De vierde wijziging betreft het laatste lid vau art. lo/. Ingeval de burgemeester, of die hem moei vervangen, buiten staat is te handelen, hunnen de noodige voorschriften en bevelendoor Onzen Commissaris worden uitgevaardigd. . , ,

Zooals op bladz. 45 van dit Rapport is besproken levert deze bepaling eene rijke bron op van twijfel en moeielijkheid.

Zij is in tegenspraak met de instructie va,n de Commissaussen des Konino-s^ welke aan den Commissaris een veel ruimere bevoegdheid geeft, bepaaldelijk tot het requireeren van krijgsvolk en al is de Commissie ook geneigd met mr. Oppenhkim aan te nemen dat de betrekkelijke bepaling der instructie dooide posterieure artikelen der Gemeentewet is vervallen, dan staat men toch voor de onoplosbare vraag koe, met net oog oo art. 77 der Gemeentewet, het geval zich kan voordoen dat de burgemeester en allen die hem successievelijk moeten vervangen buiten staat zijn te handelen, en wat — aangenomen dat dit geval zich kan voordoen — de beteekenis is der woorden

„niet tot handelen in staat is". .. ...

Bovendien zoude de toepassing vau deze bepaling en dit,

is met het oog op de taak der Commissie nog van meer belang

de bevoegdheden van den Commissaris der Koningin , die niet in de hiërarchie der rijkspolitie is opgenomen, in botsing kunnen brengen met het gezag dier rijkspolitie, voor zoover de bepaling

SDreekt van het geven van bevelen. .

Op het uitvaardigen van algemeene bepalingen van politie is dit laatste bezwaar niet van toepassing , daar zoodanige uitvaardiging 1) deel uitmaakt van de huishoudelijke wetgeving der

^D^Commissie is van oordeel dat deze bepaling, die alle betee-

1) Rapport bladz. 13.

Sluiten