Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij acht het van overwegend belang dat bij de Officieren van Justitie het zwaartepunt, de taktische eenheid van het politiebeleid in Nederland zal gelegd worden. De niet te groote uitgebreidheid der arrondissementen leent er zich toe. De arbeid zal over 23 arrondissementen worden verdeeld. Ieder» ambtskring zal behoorlijk zijn te overzien.

Hij wenscht alzoo de navolgende hiërarchie van het gezag : de Minister van Justitie voor het Rijk ; de Procureurs-Generaal voor de ressorten der Hoven; de Officieren van Justitie voor de arrondissementen en onder deze laatsten voor het dagelijksch beheer in de arrondissementen , de hoofdambtenaren van politie in het rapport aangewezen.

Bij zoodanige consequente opdracht van het gezag aan de justitie en het Openbaar Ministerie zoude het niet bepaald noodig zijn aan de ambtenaren van het Openbaar Ministerie een afzonderlijken politietitel te geven. De Procureurs-Generaal zouden echter het gezag uitoefenen bij het besluit van 1851 aan Directeuren verleend.

De hoofdambtenaren in de arrondissementen zouden den titel van Directeuren kunnen voeren.

Mochten de Officieren van Justitie buiten het verband der politie worden gelaten dan zoude aan de Procureurs-Generaal de titel hoofd-directeur van politie en aan de hoofd-ambtenaren in de arrondissementen die van Directeur van politie verleend kunnen worden.

H. J. Kist.

Sluiten