is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding op den Bijbel in de tekstuitgave der Leidsche Vertaling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar, zoo luidt de overlevering, Hananja de zoon van Hizkia verhinderde dit; „men bracht hem driehonderd maat olie, hij ging op een bovenkamer zitten en verklaarde het". Het kostte dus hoofdbreken om te bewijzen dat Ezechiëls voorschriften niet verschilden van die der Wet; alleen de lange nachtelijke studie van den geleerde maakte dat Ezechiël voorgoed in den Kanon kwam.

De derde bundel der Joodsche Heilige Schrift draagt den nietszeggenden naam van Geschriften. Het is een bonte verzameling. De rangorde doet gissen dat zij op drie tijden of uit drie bundels is ontstaan. Voorop gaan de drie groote werken Psalmen, Spreuken, Job. Van de 150 psalmen "wordt in de opschriften de helft aan David toegekend; zoodat ze gemeenlijk alle de psalmen van David heeten. Ten onrechte. Al zijn wellicht in het psalmboek oude zangen opgenomen of verwerkt, in den vorm waarin wij het nu hebben zijn al de liederen uit den tijd toen de zoogenaamd Mozaïsche wet heerschte en Jeruzalem de eenige plaats was waar volgens haar Israëls god mocht aangebeden worden. Daarom "kan het gerust het gezangboek van den tweeden tempel en de synagogen genoemd worden. Het is, zooals vanzelf spreekt, langzamerhand uit kleiner bundels gegroeid.

Evenmin als Psalmen van David is Spreuken van Salomo, al staat zijn naam er boven. Puntige gezegden waarin volkswijsheid neergelegd wordt, en die gewoonlijk een niet hoog zedelijk karakter vertoonen, zijn zoo algemeen menschelijk dat het in den regel niet mogelijk is te bepalen wanneer ze ontstaan zijn — en dit is ook zeer onbelangrijk. Dus kan in het boek veel ouds zijn opgenomen; maar in zijn geheel dagteekent het uit denzelfden tijd als het Psalmboek.

Dit geldt ook van het grootste kunstwerk in het O. T., het boek Job, dat in een treffend verhaal, gevolgd door breede samenspraken in liederen, op waardige wijze het moeilijk vraagstuk van Gods rechtvaardigheid behandelt: waarom lijdt toch de vrome zoo vaak en geniet de goddelooze voorspoed ?

Op deze drie boeken volgen vijf kleinere, Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker, Ester. Zij hebben onderling geen overeenkomst, maar zijn door het Jodendom in deze orde gezet omdat ze op vijf zoo op elkaar volgende feestdagen plachten voorgelezen te worden. Minstens drie er van zijn niet zonder slag of stoot in den Kanon gekomen, n.1. Hoog21