Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boeken zijn altijd in de Christelijke Kerk als Gods Woord behandeld, totdat ze door de Protestanten minderwaardig zijn verklaard. Ze zijn in de oude uitgaven der Statenvertaling achter de registers op het N. T. gedrükt en in de jonge uitgaven weggelaten.

Hoe omvangrijk de Heilige Schrift die de Christenen der eerste en tweede eeuw gebruikten ook was, het ligt in de rede dat zij er niet genoeg aan hadden; zij wilden Christus kennen; daaraan was hun alles gelegen. Wel vonden zij hem overal in hun Schrift en bezaten zij de mondelinge overlevering ; maar dat zij rechtstreeksche getuigenissen over hem op schrift begeerden spreekt vanzelf.

Dientengevolge ontstonden vele, grooter of kleiner, boeken waarin woorden van Jezus of bijzonderheden uit zijn leven, vooral over zijn lijden en sterven, waren opgeteekend. De oudste waren geschreven in het Arameesch, de taal door Jezus en zijn eerste leerlingen gesproken; maar zij werden ras in het Grieksch vertaald. Zoowel die Arameesche geschriften als de oudste vertalingen zijn verloren gegaan, maar de inhoud ervan is verwerkt in jongere boeken. Het is hiermee juist gegaan als met de boeken van het O. T.: men vroeg niet of alwat men opnam werkelijk door Jezus was gezegd, gedaan of ondervonden; wat met eigen gevoel strookte werd den lezers geschonken; wat men in de oude geschriften vond werd omgewerkt, met elkaar in verband gebracht, door vele toevoegsels uitgebreid; uit losse woorden werden redevoeringen gesmeed. Zoo ontstonden de boeken die wij Evangeliën plegen te noemen; dat wil zeggen: boeken die de Blijde boodschap (evangelie) omtrent Jezus Christus bevatten. Er zijn er vele geweest. Zij die niet in den smaak der gemeenten vielen werden niet overgeschreven en gingen dus te loor, sommige zijn met geweld door de bisschoppen aan de gemeenten ontnomen. Een van Petrus en een van de Hebreen hebben den strijd nog lang volgehouden. Maar ongeveer 180 werden in de machtigste gemeenten van Europa, Voor-Azië en Egypte de vier Evangeliën die wij in ons N. T. hebben, die naar Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes genoemd worden, als de alleen betrouwbare erkend. Dat er vier zijn, vier die elkaar, niet alleen in kleinigheden maar op belangrijke punten, weerspreken, gaf van oudsher moeilijkheid. In de Syrische Kerk heeft men zeer lang een 27

Sluiten