is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding op den Bijbel in de tekstuitgave der Leidsche Vertaling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkel Evangelie gehad, een dat kunstig samengesteld was uit de vier; maar daaraan is met geweld een eind gemaakt. Van de vier hebben de eerste drie zooveel met elkander gemeen dat men ze de Synoptische noemt, dat wil zeggen: boeken waarvan men een overzicht (synopse) kan geven. Zij behelzen zonder twijfel de oudste overleveringen over Jezus. Het vierde Evangelie draagt een geheel ander karakter dan zij: de schrijver heeft slechts weinige namen en verhalen aan de Synoptische of dergelijke Evangeliën ontleend, ze aanmerkelijk gewijzigd en aangevuld met gesprekken, waarin hij zijn eigen denkbeelden over den Christus en den weg tot God door het geloof in hem weergeeft.

Het behoeft geen betoog dat voor de Christenen deze geschriften de allervoornaamste waren. Toch wilden zij ook gaarne hooren wat Jezus' grootste leerlingen, de apostelen, hadden geleerd, gedaan, ondervonden. Ook hierover kreeg men schriftelijk bescheid. Meer dan éen boek werd vervaardigd waarin de apostelen ten tooneele werden gebracht. Een daarvan, de Handelingen der apostelen door Lucas beschreven, heeft een plaats in den Kanon gekregen. En dat is zeer begrijpelijk. De strekking toch er van was volkomen naar den smaak der mannen die in het begin der tweede eeuw ijverden voor de eenheid der gemeenten. De heftige strijd die van den beginne af de volgers van Jezus had verdeeld, vooral over de voorwaarden waarop heidenen tot de gemeente mochten worden toegelaten, een strijd op goeden grond aan de namen van Paulus en Petrus verbonden, moest toen zooveel mogelijk begraven worden. En Lucas werkte hiertoe krachtig mede: in zijn werk — waarvan de inhoud veel enger is dan de titel belooft; want het behelst bijna alleen berichten over Petrus en Paulus — maakte hij zooveel hij kon die twee apostelen aan elkander gelijk, beiden bereid de heidenen in den kring der geloovigen op te nemen, beiden vervuld van eerbied voor de Mozaïsche wet, maar ongezind alle bekeerden tot de onderhouding er van te dwingen. Hij teekende voor de geloovigen zijner dagen den goeden ouden tijd, waarin alle belijders van den Christus éen van zin waren, eerbiedig luisterend naar de door hem aangestelde apostelen. Geen wonder dat in de wordende Kerk zijn boek gretig werd aangenomen. Voor ons, die gaarne den oorsprong van het Christendom goed zouden willen kennen, ware het te wenschen

28