is toegevoegd aan uw favorieten.

Afscheidswoord tot de gemeente van Leiden, 26 April 1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een grooten Heiland, groot in liefde, groot van macht. Die, wat Hij wilde, ook heeft kunnen volbrengen. Het is gebleken, toen Hij heenging, ter ure dat Hij zegenend van de Zijnen afscheid nam, wat gezegend tijdperk zich toen afsloot. Dat wordt ons duidelijk, als we inzien, dat eerst het rechte licht valt op Zijn heengaan uit de wereld, als we het in verband beschouwen met Zijn komen in de wereld.

Men heeft Zijn neerdalen uit den hemel wel eens vergeleken met wat iemand doet, als hij een drenkeling in den stroom naspringt. Menigeen daalt dan wel in den stroom af, maar kan er niet weer uit opkomen, en komt dan, met het voorwerp van zijn medelijden, in

de diepte om.

Zoo was het dan ook bij den Middelaar iets anders, om tot ons af te dalen in den stroom onzer ongerechtigheden, om ons aan te grijpen, en zich aan ons vast te klemmen. — en iets anders, de mogendheid, waardoor Hij uit dien stroom van ellende weer naar boven wist te komen, met Zijne verlosten in Zijne armen, aan Zijn hait!

Ziet, Hij staat daar voor ons, in opstandingsheerlijkheid, en wij vallen'in aanbidding aan Zijne voeten neder, roemende de almacht Zijner liefde. Uitbrekende met thomas in het: „mijn Heer en mijn God!" Wel waarlijk was het een gezegend tijdperk, dat zich afsloot, toen

Hij heenging, Geliefden. _

Laat ze nog eenmaal voor onze herinnering voorbijgaan, die drie en dertig levensjaren, van het oogenblik af aan, dat Hij, die ontvangen was van den Heiligen Geest, geboren werd uit de maagd Maria, tot op het oogenblik, dat Hij den geest gaf, aan het hout des vloeks

en der schande. _ _

Hoe menigmaal, hoe onophoudelijk hebben zich Zijne handen

zegenend uitgebreid, totdat Hij ze uitbreidde aan het kruis; hoe

dropen Zijne voetstappen van zegen, als Hij het land door ging, dat

in duisternis zat, in schaduwe des doods, doch waarover in Hem het

licht was opgegaan. _

Wat leven, in een kribbe begonnen, aan een kruisgeeindigd, maar

ook weer daartegenover, wat leven, door Engelenzang ingewijd in

Ephrata's velden en door opstanding uit de dooden bezegeld!

Denken wij het ons in, Geliefden, wat Hij, die heerlijkheid had

bij den Vader, vóór de grondlegging der wereld, vrijwillig prijs

gaf, toen Hij die heerlijkheid verliet, en op aarde kwam; toen Hij

den' troon der heerlijkheid inruilde tegen kribbe en kruis, opdat wij

er ons te meer in mogen verblijden, dat de arbeid Zijner ziel niet

tevergeefs is geweest, waarom Hem een deel is gegeven van velen,

en Hij de machtigen als een roof zal deelen.