Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarom God Hem uitermate verhoogd, en een naam gegeven heeft boven allen, opdat in den naam van Jezus zich zou buigen, alle knie dergenen, die in den hemel en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.

We gevoelen alzoo Geliefden, dat het heengaan des Heilands wel een gezegend tijdperk afsloot, maar niet in dien zin, dat, wat daarin geschied is, nu voortaan als ongedaan zou te beschouwen zijn. Neen, integendeel, om het nu juist in zijne werkzame kracht te doen

openbaar worden.

Daar werd toch tegelijkertijd een nieuw gezegend tijdperk door

ingewijd.

Wel was het leven der vernedering afgesloten, was het werk volbracht, in den staat der vernedering tot stand gebracht, maar het nieuwe leven der hemelsche heerlijkheid zal gewijd zijn aan de toepassing van dat alles, zal de voortgaande vervulling en verklaring zijn van Zijn majestueus woord: Mij is gegeven alle macht, in den

hemel en op de aarde.

Evenals de Levensvorst niet door de banden des doods kon gehouden worden, zoo kon het ook niet anders, of Hij, die de reiniging onzer zonden door zichzelven teweeg gebracht heeft, moest daarna Zijn plaats innemen aan de rechterhand der Majesteit in de

hoogste hemelen.

Ziet, Geliefden, de heerlijkheid, waarin het oog der discipelen, den Heiland op den Thabor, den berg der verheerlijking had aanschouwd , is Hem natuurlijk, evenals van de zon aan het uitspansel, de zonneglans onafscheidelijk is.

Wel kan die glans tijdelijk door wolk en nevel voor ons oog

verduisterd worden.

En zoo heeft ook de Heer en Heiland, de Zon der gerechtigheid, zich tijdelijk onder het gewaad der vernedering verborgen. Maar dat kleed is afgelegd en verheerlijkt, met Zijne eigene, de Hem toekomende heerlijkheid; is het dan niet natuurlijk, vragen we, dat Hij, opgestaan tot heerlijkheid, straks, naar de wet eener hoogere aantrekkingskracht, opvaart ten hemel, na zegenend afscheid genomen te hebben van Zijne jongeren, die er de verraste getuigen van zijn, en die er zich meer en meer van bewust zullen worden, dat door dit heengaan, ook in hun eigen leven, een gezegend tijdperk tot afsluiting kwam.

Iemand heeft onze Christelijke gedenkdagen, niet ten onrechte, blinkende berghoogten genoemd Geliefden, waarop de Heer gedurig weer de zijnen geleidt ( om hun als van een ander Nebo het land der belofte te toonen. Maar heeft niet ieder in zijn leven van die

Sluiten