is toegevoegd aan uw favorieten.

Afscheidswoord tot de gemeente van Leiden, 26 April 1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moge mijn ledig geworden plaats spoedig worden vervuld door een, die ze, ik voel het vooral op dezen oogenblik, beter vervult dan ik heb gedaan.

Mogen daartoe de door Kerkeraad en Kiescollege getroffene maatregelen geheiligd en vruchtbaar gemaakt worden.

Gemeente, ik bevele u Gode en den Woorde Zijner genade, Hem, die machtig is u op te bouwen, en een erfdeel te geven onder de geheiligden.

Waarde ambtgenooten, B.B. godsdienstonderwijzers, leden van Kerkeraad en Kiescollege, B.B. Ouderlingen en Diakenen, leden der Gemeentecommissie en Notabelen, met mijn hartelijk vaarwel paar ik den wensch en de bede, dat ge allen ruim gezegend moogt worden in uw persoonlijk, en huiselijk en ambtelijk leven, en er van u, in uwe verschillende ambten en bedieningen, een rijke zegen moge uitgaan.

Mijne voormalige leerlingen, weest ook gij met name, Gode opgedragen, voor tijd en eeuwigheid. Ook tusschen ons zijn banden gelegd. God geve, meer dan één voor den Hemel! Blijft in hetgeen gij geleerd hebt. Wordt wijs in de Heilige Schriften tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.

Geliefden allen te zamen, ouden en jongen, legge Hij, die alleen het recht had, in een laatste ure uit te roepen: „het is volbracht!" ons, door Zijnen Heiligen Geest, daarop het amen des geloofs in het hart en op de lippen, opdat we, schoon ons ten diepste voor Hem verootmoedigende, toch vrijmoedigheid mogen hebben in Hem, niet beschaamd in den dag Zijner toekomst.

Neen, daar woont geen eigen glorie,

Heerlijkste! in Uw heiligdom;

Alle krachten, alle gaven, keeren Steeds tot U weerom!

Uw Naam moet eeuwig eer ontvangen,

U loov' men vroeg en spa.

Gemeente, op dit ons hoogst verlangen,

Klinke 't weêrzijdsch Amen na. Amen.

Nagezang: Zingen Gezang 96. Zegen.