Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

En zoo ben ik dan gekomen tot mijn tweede punt, om u te wijzen op de liefelijke vermaning.

Kinderkens, zegt Johannes; gij gevoelt die teedere uitdrukking. Zou Johannes dat woord gesproken hebben omdat hij op hoogen leeftijd was toen hij dezen brief aan de geloovigen schreef?

Het kan wel zoo zijn.

Maar gij merkt het, die kinderkens waren Johannes zoo dierbaar. Het is mogelijk dat Johannes het middel geweest is in de hand des Heeren om ze tot Christus te brengen, en door het heilomvattend geloof met Hem inniger te vereenigen. Want het blijft toch waar: hoe liefelijk zijn de voeten dergenen die vrede verkondigen, die tot Zion zeggen: Uw God is Koning. Er was dus een band tusschen Johannes en de geloovigen.

Kinderkens, blijft in Hem. Gij zijt in Hem gekomen, blijft in Hem.

Laat ik op de noodzakelijkheid om in Hem te blijven, eenige oogenblikken uwe aandacht vestigen.

Er is ten allen tijde een gradueel verschil geweest. Wie het wezen des geloofs bezit, gaat naar den hemel. Maar nu is er onderscheid in de sterkte des geloofs. Daarom kunnen er ook geweest zijn, aan wien Johannes dit schreef, die nog jong waren in het geloof. Maar zouden ze opwaarts gesterkt worden, zouden ze groeien, die in het huis des Heeren geplant zijn, dan moesten zij in den wijnstok, in Christus blijven. Dat heeft de Apostel uit den mond van den Heiland zelf gehoord: anders kunt gij geen vrucht dragen.

Maar het is niet alleen hoofdzaak voor de jongeren, die in Hem gebracht zijn, ook voor de ouderen.

Sluiten