Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de lijdzaamheid godzaligheid, en bij de godzaligheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen; en als die dingen in u zijn, dan worden wij verzekerd van de zaligheid en het heil dat in Christus is.

O, welk een liefelijk woord, om in den Christus Gods te blijven!

Doch eer we nog met een woord van toespraak onze rede besluiten, willen wij u opwekken om te zingen uit den 122sten Psalm het derde vers.

Dat vreê en aangename rust,

En milde zegen u verblij',

Dat welvaart in uw vesting zij,

In uw paleizen vreugd' en lust.

Om vriend en broedren spreek ik nu

De vrede zij en blijv' in u,

Nooit moet haar nijd of twist verkloeken.

Om 's Heeren huis, in u gebouwd,

Daar onze God zijn woning houdt

Zal ik het goede voor u zoeken.

Gij zult misschien zeggen dat dit afscheidswoord nog meer zou aangrijpen, als ik straks van den kansel kwam om u allen de hand te drukken.

Maar dat is nu niet zoo. Wij blijven bij elkander. Wanneer de prediker gaat naar eene andere plaats, dat afscheid, 't is eene ontzettende gedachte. En daarom kunnen wij nu ver blijd zijn.

Nu wek ik u op broeders ouderlingen en diakenen: kinderkens blijft in Hem, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben en wij van Hem niet beschaamd worden in Zijne toekomst.

En zullen wij met ons gansche hart in Christus blijven, o, als wij dat voorrecht al deelachtig zijn of zullen mogen worden, dan moeten wij in de bloedwonden van den bloedbruidegom schuilen; anders kunnen wij in Gods gemeenschap niet zijn, dat zult gij wel toestemmen.

En nu mijn afscheidswoord br. ouderlingen en diakenen. Ziet broeders, het is een groot voorrecht, dat wij elkander hebben. En waar wij korter of langer jaren bij elkander waren, daar hebben wij den 122sten Psalm door genade in praktijk mogen brengen.

Sluiten