Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jozua, Christus moet u binnenbrengen. Op Hem, en op Hem alleen u dan geworpen. Uw ziel verliezen aan zijne voeten dat is haar te behouden. Jezus alleen, maar dat is tevens Jezus volkomen alles.

En weet, dat evenmin als Mozes u binnenbrengt, evenzeker Christus Jezus de volkomen Zaligmaker is. Zijn bede wordt niet afgewezen. Hij, voor u in de vierschaar Gods pleitende, vindt verhooring bij den hemelschen Vader, en uw ziel zal niet in het verderf dalen.

Ontroerden, zuchtenden, gij die in u zelf slechts teleurstelling ontdekt, wendt u tot Hem; stort voor Hem uit uw gansche hart; laat u zaligen. Christus zegt tot den verslagene van geest, en verbrokene van hart: spreek Mij veel, zeer veel van deze zaak.

En met God verzoend, ik herhaal: ook dan zijn teleurstellingen en tegenheden u niet gespaard, maar ik heb u ontvouwd waarom en waartoe.

Alleen beantwoorden we nog deze vraag. Ge zegt mogelijk: maar ik zal dan maar liever niet tot God naderen, als mij kruis of leed treft. Want het is toch alles ten goede van mij, laat ik daarom het gebed nalaten. Maar zoudt ge dan deze armelijke voorstelling hebben van het gebedsleven? Neen, bedenk dan liever, dat in het bidden zaligheid ligt allereerst om de zoetigheid van het gemeenschapoefenen zelf met den God onzer sterkte. Afgedacht van de verhooring, en zelfs in de overtuiging dat alles ten goede wordt bestierd, zij uw gebed u een ademtocht der ziel tot God, om de ervaring zelf van dien verborgen omgang met God, om de zielegenieting en het God verheerlijkende 't welk er ligt in het geloovig vertrouwen op den Heere.

Uw gebed zij dan ook bidden in dien edelsten zin des woords. Bidden niet als een middel om God tot andere gedachten te brengen, dan Zijn Raad had besloten. Hoe zou het toch mogelijk zijn! Maar bidden als een vertrouwende uitspraak der ziel tot God, en als een vragen om in dit vertrouwen gesterkt te worden, n. 1. dat ge volkomen vertrouwen hebt op uw God en Zijne leidingen, in het vaste geloof en in de zalige hope waarin alles zich saam trekt, dat één bede, die van uw Heere en Heiland wis verhooring ontvangt: „Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn die Gij Mij gegeven hebt", en daartoe alle dingen zullen medewerken, opdat die bede ook over uw ziel, mijn broeder en zuster, op het allerluisterlijkst worde verhoord.

Sluiten