Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geliefden! onze wegen gaan uiteen, wij gaan afscheid nemen van elkaar.

Gedachtig aan mijne afscheidsbezoeken, weet ik dat velen zeggen (en ik van mijn kant zeg het wederkeerig): ,,'tis jammer dat wc van elkaar gaan, we waren zoo gewoon aan elkander en konden het samen goed vinden."

Maar ■— we weten het — er is een ure van komen en er is een ure van gaan — en op een besluit, dat na ernstige overweging genomen is, kan toch Gods zegen rusten. En ten slotte zal het ons niet zoo heel moei'.ijk vallen ons er in te schikken.

Anderen zullen zeggen (en ik van mijn kant zeg het het wederkeerig): ,,'tvalt ons moeilijk te scheiden, wij zullen elkander zoo missen".

Dat is daar, waar geestelijke banden gelegd zijn waar God genadiglijk mijn arbeid onder u heeft willen gebruiken om zielen ten zegen te zijn.

In zekeren zin kunnen die banden wel niet verbroken worden, maar toch moeten wij voor het uitwendige van elkaar los kunnen worden, opdat wij niet van elkander zouden verwachten, wat we alleen van den Heer verwachten mogen.

Slechts de band, die u en inij aan den Heiland verbindt moet onlosmakelijk zijn.

Wij moeten van elkander los kunnen zijn, om des te meer aan den Heiland verbonden te worden.

Paulus scheidde van de Efeziers, hoewel de H. Geest hem van plaats tot plaats bekend maakte, dat lijden en verdrukking hem wachtten. Toch ging hij. Opdat wij dan van elkander scheidende bij den Heer mogen blijven, en elkander mogen blijven gedenken, laat ons als afscheidstekst overdenken:

Colossensen 4 : 2 tot 4.

Ik spreek u over:

I. de verborgen/leid van Chtistus, die ik verkondigd heb in de jaren die ik bij u was.

II. de vermaning in het tektstwoord vervat, om sterk aan " te houden in het gebed en in hetzelve te waken met dankzegging.

Sluiten