Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III het verzoek, dat de apostel aan zijne brooderen doet, inet toepassing op de huidige omstandigheden.

Als Paulus dezen brief aan de Colossensen schrijft is hij een gevangen man, waarschijnlijk was hij in Rome gevangen.

Colosse lag in het Zuid Westelijk deel van Klein Azië en was een belangrijke stad. Met Laodicea en Hiërapolis werd ze door een ontzaglijke aardbeving geteisterd ten tijde van Nero (omstr. 65 n. Chr.)

De Gemeente te Colosse was niet door Paulus gesticht, maar door Epafras. Ze verkeerde in het algemeen in hoogst gunstiger, toestand. (l : 3—8)

Haar bloei werd echter bedreigd door dwaalleeraars die allerlei Mozaïsche voorschriften wilden verbinden met de christelijke geloofsopvatting.

Om nu Paulus over deze dwaalleeraars te raadplegen was Epafras naar Rome gereisd.

Zietdaar de aanleiding tot zijn schrijven.

Paulus vermaant in onzen tekst om sterk aan te houden in het gebed en in hetzelve te waken met dankzegging en verzoekt tevens ook voor hem te bidden dat God de deur des Woords openc om te spreken de verborgenheid van Christus.

Omdat hij gevangen is kan hij niet prediken, althans niet vrijelijk tot allen, tot wie zijn hart hem dringt te gaan. Immers hij is geroepen allen volken de verborgenheid van Christus te verkondigen, maar hij staat als 't ware achter een gesloten deur; hij is om des Evangelies wil gebonden en kan niet prediken.

Och! dat hij uit zijn gevangenschap verlost werd opdat hij met al zijne krachten de zaak van Christus dienen mocht!

Paulus noemt het Evangelie van Christus, dat hij uaar zijn Goddelijke roeping als heiden-apostel verkondigen moet: de verborgenheid van Christus, het mysterie, het geheimenis van Christus.

Het Evangelie van Christus, de heilsboodschap een mysterie, een verborgenheid, een geheimenis!

Niet meer voor Paulus, want de drang is in hem om

Sluiten