Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

velen ten zegen en tot verheerlijking van Hem, die ook hier niet verlaten zal wat Zijne hand begon,

die in Zijne groote genade, mij hier heeft willen stellen 0111 levende steenen te helpen invoegen in dat groote Godsgebouw, dat naar Zijn gemaakt bestek in eeuwigheid zal rijzen en die zegt: ga thans naar een ander gedeelte het werk aan dit Godsgebouw voortzetten ga nu van hier naar Hurwenen.

A in e li.

Gezongen: Gezang 127:5.

Wij willen needrig Gode leven U volgen, waar Gij ons geleidt enz.

Toespraken. Allereerst een woord van afscheid tot u Broeders van den Kerkeraad, met wie ik uitteraard het meest heb verkeerd.

Gij hebt mij steeds uw volst vertrouwen geschonken overtuigd dat ik het welzijn der Gemeente altijd heb bedoeld.

Ik ben daar zeer dankbaar voor. Zóó kon er een broederlijke en vriendschappelijke samenwerking zijn. Ik herinner mij dan ook niet dat er ooit een ernstig geschil in onzen kring is geweest, zoodat het gebed verhinderd zou zijn geworden.

Slechts met twee uwer heb ik gedurende al die jaren saamgewerkt. Sommigen zijn uit onzen kring uitgegaan, anderen zijn door den dood ontvallen. Met weemoed denken wij terug aan de gestorven broeders Oele, Kouman en Minnaard.

En wij — wij zullen elkander wel niet spoedig vergeten. ■— Geve God u lang in denzelfden broederlijken geest de belangen dezer Gemeente te behartigen, die in het bijzonder in den tijd van vacature aan uwe zorg zijn toevertrouwd.

Gij geachte Consulent, wilt de broeders wel met raad en daad bijstaan.

Mijne Gemeente beveel ik aan uw goede zorg ten zeerste aan; ze is het waard dat gij de zorg die noodig is, aan haar besteedt en het zal gewis dankbaar gewaardeerd worden.

Sluiten