Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zal op hem schrijven den naam mijns Gods en den naam der stad mijns Gods, des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van mijnen God afdaalt, en ook Mijnen nieuwen naam.

Zij behooren Hem toe. Zij zijn Zijn eigendom. Hij heeft hen gekocht door Zijn bloed. De Heiland vervult hier Zijne belofte: „Een iegelijk, die Mij belijden zal voor de menschen, dien zal Ik ook belijden voor Mijnen Vader, die in de hemelen is."

Droeg de hoogepriester in het aardsche Jeruzalem op het heilig hoofdsieraad den naam van Jehova, zoo ook dragen zij, die ingegaan zijn in de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, den naam huns Heeren aan het voorhoofd. Zij zijn nu priesters geworden, staande voor den troon van God en het Lam. Christus heeft hen liefgehad, en hen van hunne zonden gewasschen in Zijn bloed, en hen gemaakt tot koningen en priesters Gode, Zijnen Vader. Zij zijn een priesterlijk volk geworden ; priesters, die hunne opgedragene taak volvoeren als getrouwe dienstknechten.

Welk eene bemoedigende en tot vreugde stemmende gedachte, geliefden! Zij, die hier op aarde kinderen des toorns en des verderfs waren, met het brandmerk der zonde aan hunne voorhoofden gestempeld, maar door genade kinderen Gods zijn geworden, zij zijn nu koningen, erfgenamen des eeuwigen levens. Vervuld wordt thans de belofte: „Die overwint, Ik zal hem geven eenen witten keursteen, en op den keursteen eenen nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt".

Naar waarheid is gezegd: „Wat naam u daarboven bereid „is, wie zal het zeggen ? Slechts één naam zeker niet: die „van krijgsknecht des Heeren. Daar zijn geene vijanden rondom „u ; ja, ook geene zonde meer in u. Gij hebt in den witten „keursteen tevens volkomen vrijspraak ontvangen. O, dat „enkele denkbeeld reeds: een nieuwe naam op dezen keursteen geschreven ! 't Is een der heerlijkste denkbeelden uit ,,Johannes' Openbaring. Alles, alles vernieuwd! Een nieuw „lied, een nieuw Jeruzalem, een nieuwe hemel. Maar neen ! „dat heil, geene tong kan het uitspreken. Reeds hier kent „niemand de zaligheid van het nieuwe leven, dan die het uit „genade ontving; daar zal men eerst hemelling zijn moeten, „om der hemellingen heil te waardeeren." En dat heil mogen nu de dienstknechten des Heeren genieten.

Gij zult hun dat niet misgunnen, geliefden ! Gij hadt uwen leeraar lief. Ook de aandoenlijke begrafenis heeft er van ge-

Sluiten