Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekeering; de moeilijke les in de leerschool van het leven, die noodig is tot vorming voor hooger maatschappij. De verloren zoon zou nooit naar het vaderhuis hebben verlangd, als hij altijd een volle buidel en het gezelschap zijner vrienden gehad had. Maar in de ellende achter de zwijnen kwam hij tot inkeer, tot het besluit om naar zijn vader te gaan. Manasse zou nooit naar God gevraagd hebben, als hij op den troon was gebleven, maar in den kerker in het vreemde land leerde hij roepen tot God. Als alles voorspoed is, het vermogen aanwast en de eer stijgt, en de welvaart toeneemt, gevoelen wij ons zoo machtig en zoo wijs en zoo groot en meenen wij God niet noodig te hebben. Hoe neemt de aardschgezindheid en de zondedienst toe, in tijd van volkswelvaart en vooruitgang. Maar als de nood komt, tijden van benauwdheid aanbreken, dan is er weer vragen naar God, naar de eeuwige dingen. Tijden van gevaar, van teruggang, van nood zijn de meest gezegende voor het geestelijk leven voor een mensch en een volk. Beproeving en aanvechting leert op het Woord letten, drijft naar den weg der bekeering en der godsvrucht. En ook waar God wordt gediend, hoeveel moet er in ons afgebroken en opgebouwd worden, zullen wij geschikt zijn voor het Koninkrijk Gods. Wat al hoogmoed en eigen gerechtigheid, wat al eigenzinnigheid en eigenwijsheid, wat al vleeschelijke lust en booze hartstocht moet er worden afgelegd, wat al gehoorzaamheid, lijdzaamheid, geduld en zachtmoedigheid moet er aangeleerd worden, eer wij gereed zijn voor den hemel. Hoe moet de diamant aan alle kanten worden geslepen, eer hij in de kroon des konings kan blinken. Hoeveel moet er van het marmerblok worden afgehouwen en geslagen eer het beeld is te voorschijn gekomen, dat de kunstenaar zich voorstelt. God kastijdt ons uit louter genade en trouw, en wij moeten leeren ons te buigen onder Zijn

Sluiten