Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord, dat uit den mond Gods uitgaat. Hoe dikwijls heeft een woord der Schrift, vroeger op zondagschool of catechisatie geleerd, dat op het rechte oogenblik hem te binnen kwam of inviel, hem bijtijds gewaarschuwd en voor groote zonde bewaard ! En wat al steenen des aanstoots, wat al hindernissen liggen op zijn weg, waarover hij zal vallen of struikelen, indien niet Gods woord hem tot een lamp is. Nu eens plaatst zich de hoogte van eigengerechtigheid en geestelijken hoogmoed op zijn weg, maar dan herinnert het Evangelie hem de gelijkenis van den Farizeër en den Tollenaar of het woord van Johannes : Indien wij zeggen dat wij geen zonde hebben, dan bedriegen wij ons zelf en de waarheid is in ons niet, en dringt zoo op ootmoed en nederigheid bij hem aan. Dan weer ligt daar de steen van vijandschap en afgunst — van laster en verdachtmaking en prikkelt hem om kwaad met kwaad te vergelden, maar dan wijst het Godswoord hem op dien Heiland, die als Hij gescholden werd nooit weder schold — die als Hij leed nooit dreigde — die aan het kruis zelfs voor vijanden bad —- en brengt hem het woord van Paulus te binnen : Zoo doet dan aan de innerlijke bewegingen der barmhartigheid , goedertierenheid , zachtmoedigheid , ootmoedigheid, lankmoedigheid, vergevende elkander, gelijk ook Christus ulieden vergeven heeft. Nu eens loopt hij gevaar voor de macht van het goud te bezwijken, maar dan komt bijtijds dat Godswoord bij hem op : Die rijk willen worden, vallen in verzoeking en in den strik, in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, die den mensch doen verzinken in verderf en ondergang. De geldgierigheid is de wortel van alle kwaad. Dan weer staat hij op 't punt in den poel van wellust en zingenot te verzinken, maar dan schittert hem op eens in vlammende letters het opschrift boven de hemelpoort tegen : Daar zal niets in komen wat onrein is of de gruwelijkheid doet, of de leugen spreekt.

Sluiten