Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun innerlijk leven in den weg, want gezonde waarheidskennis is voedsel voor het geestelijk leven. Maar ook al ontbreekt die kennis den Christen niet, toch is de bede van den psalmist hem gedurig noodig: „Ontdek mijne oogen, dat ik aanschouwe de wonderen van uwe Wet."

Ook kan hij niet roemen in zijne trouw, want telkens heeft hij zich te schamen en te beschuldigen over zijn ontrouw.

Niet in zijne standvastigheid; want als de Heere hem niet ondersteunt en staande houdt, ligt hij gedurig onder in den geestelijken strijd.

Niet in zijne gehoorzaamheid; want hoe vaak wijkt hij van den Heere af, en hoe waar is het wat wij den geloovigen antwoorder in den Heidelbergsc.hen Catechismus hooren belijden : „ook de allerheiligsten, zoolang zij in dit leven zijn, hebben maar een klein beginsel dezer gehoorzaamheid."

Niet in zijn godzaligen levensicandel; want ook al mag hij door Gods genade zich daarin oefenen, toch hoort men hem klagen dat hij in plaats van vooruit, hoe langer hoe meer achteruit gaat.

Genoeg, M. H., om u te doen zien dat er geen reden tot roemen bestaat, voor den mensch niet en voor den Christen niet. Wij voegen er bij — en dit is onze laatste gedachte — ook voor den dienaar des Heeren niet.

III. ,

Voor den dienaar des Heeren niet. Veel, M. H., zouden wij daarvan kunnen zeggen. Toch zij het kieschheidshalve ons vergund hierover kort te zijn, in deze ure alle persoonlijke beschouwingen te vermijden, en daarom thans alleen te spreken over den dienaar des Heeren in het algemeen. Waar zal hij roem op dragen? Zal het zijn op het Ambt dat hij bekleedt? o Zeker, het is een heerlijk ambt en van hooge beteekenis. De apostel schreef er van aan Timotheüs: „Zoo iemand tot een opzienersambt lust heeft,

Sluiten