Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zoo blijft het dan: Geen roem! Voor den raensch niet. Voor den Christen niet. Maar ook voor den dienaar des Heeren niet.

Een somber woord, zegt ge allicht, vooral voor eene gedachtenis-rede. Gij hebt misschien gelijk, M. H. Maar zóó meenen we het best te kannen beantwoorden aan den eisch om waar te zijn, terwijl we voorts op deze wijze hopen voor ijdele zelfroem bewaard te blijven, waartoe we toch van nature maar al te zeer geneigd zijn.

Beluistert gij de gesprekken der menschen, dan bemerkt ge dat er zijn die het bijna altijd hebben over hun eigen persoon, en wel zoo, dat zij de schaduwzijde van hun leven zooveel mogelijk verbergen, de lichtzijde daarentegen zoo helder mogelijk doen uitkomen. Ook zijn er die u doen denken aan den Pharizeër in de gelijkenis, die God dankte dat hij niet was als anderen; menschen die, als ge hen maar gelooven wilt, schier onder de voortreffelijksten behooren gerangschikt te worden.

Geen roem! Men zou meenen dat als deze leuze moest worden aanvaard, daarmede aan het menschelijk leven alle waarde zou zijn ontnomen. Tegenover geen roem stelt men liever enkel roem.

Men roemt in gezondheid en levenskracht, in geluk en voorspoed, in eer en menschengunst, in schranderheid en vernuft, in ijver en bekwaamheid, in macht en invloed, in geestkracht en dapperheid, in beschaving en deugd, in weldadigheid en vroomheid. En terwijl sommigen roemen in wat het vleesch en de zinnen streelt, het oog boeit, den geest verrukt; in wat men noemt indrukwekkend en schoon, in pracht en weelde, zijn er ook die roem dragen op hun nederigheid, onbeduidendheid, nietswaardigheid, maar om zich daardoor te meer in de schatting van anderen te verheffen. Ook zijn er die alles prijzen wat zich aan hun oog vertoont, die lof toe zwaaien aan wat geen lof verdient, eenvoudig omdat zij weten hoe aangenaam zij zich daardoor

Sluiten