Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn hart al het goede en schoone, tot geluk van het kind zelfj tot welzijn van anderen in latere levensjaren en tot een eeuwige, onvergankelijke eeiekroon voor haar, de edele, de onwaardeerbare, de onvergetelijke, het wonderbaar meesterstuk uit des Scheppers hand!

IV. VOEDING, BEWEGING, RUST.

Geef uw kind eenvoudigen, voedzamen kost.

Laat het zich teel bewegen.

Gun het des nachts langdurigen rust.

Een sprookje.

Er waren eens een koning en een koningin. Die hadden een zoontje, een prinsje, met blonde lokken en blauwe oogen, een lief jonkske, maar bleekjes en zwakjes. Kareltje — zoo heette het prinsje — sliep op een bedje van tozeblaudjes. Hij at de fijnste gebakjes en dronk de uitgezochtste dranken. Verwoeien deed hij zich niet, want hij zat altijd binnen. Buiten spelen, in de zon en de frissche lucht, net als de kinderen van den tuinman en den koetsier en den boschwachter? O foei, neen, dat was misschien goed voor de kinderen van het mindere volk, maar voor een koningszoon? Dan zou de zon zijn zacht, bleek velletje verschroeien en dan kreeg Kareltje zoo'n roode boerenkleurl En toch was dat kind lusteloos en zwak en vermagerde bij den dag, zoodat de koning en de koningin ernstig bezorgd werden voor zijn gezondheid en den

dokter ontboden.

„O dokter", sprak de koningin, „red toch mijn Kareltje, geef hem een medicijn, dat hij weer rustig slaapt en met smaak de lekkernijen gebruikt, die onze kok voor hem klaar maakt''

„Mevrouw", sprak de oude dokter met ernstig gelaat, „de medicijnen liggen op straat en in den tuin, in 't bosch en op de hei. Laat hem daar spelen, van den morgen tot den avond, laat hem ravotten naar hartelust met andere kinderen. Ln als hij dan thuis komt, geef hem een stevige boterham van rogge- of tarwebrood met-frisch water of zoete melk. Neem die rozeblaadjes uit zijn bed en leg er een dikken, harden stroozak in "

Sluiten