Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonderen, dat het kleine volkje eiken Zaterdagavond de kuip ingaat en van kop tot teen afgeboend wordt, voor ze der nieuwe pakje aankrijgen ? Niet alledaagsch, dunkt je wel ? Op haar manier denkt ze: potten en pannen worden gewasschen, tafels en stoelen geboend, schoenen gepoetst, kleeren geborsteld, en zou het lichaam geen reiniging behoeven ? Wat dunkt u van onze boerin, maakt ze niet menige burgervrouw en juffrouw beschaamd ? Maar daar is ze zelf!

— Goeien morgen, Hanne, we komen vandaag wat buurten. Is de baas thuis?

— Ge zijt welkom, Heeren, en reeds lang verwacht. Willem is al naar de vroegkerk geweest. We zitten aan de spekstruif.

„Komt binnen, Heeren, en zit bij. Na zoo'n lange wandeling smaakt wel een stukje struif of een paar flinke sneden boerenmik. Proef ze maar eens, ze is van eigen gewonnen tarwe.

— Die kunt ge toch duur verkoopen!

— Jawel, Heeren, ge zoudt den boer laten ploegen en zaaien, maaien en dorschen en hem zijn maag volstoppen met knoei. Ik dank je wel! Mijn rogge en mijn tarwe, daarvan neem ik eerst het mijne, en de rest — nog heel wat, hoor! — verkoop ik. Van melk en boter, spek en vleesch is al weer het eerste en het beste voor den boer en de zijnen. Ik weet wel, er zijn ook boeren, die hun goeie spul verkoopen en het machinale, vreemde mengelmoes van ik weetniet-wat koopen voor hun goeie geld, maar wij doen het niet, ■nu niet en nooit nietl 't Is eigenlijk een schande dat zoon geknoei mag bestaan. Als de doodstraf er nog weer opkomt, dan moeten de vervalschers van de levensmiddelen er het eerst aan!

— Ho, ho, mijn goeie vriend, wat draaft ge door, en dat zoo vroeg in den morgen! Waar moet dat vandaag heen !

— Vroeg in den morgen? Voor jullie uit de stad misschien, maar voor den boer is de dag al bijna half om. Weet ge nog, dat we op de schoolbank naast elkaar zaten en om t mooist naschreven: De morgenstond heeft goud in den mond .Hoevelen hebben 't nageschreven, maar niet er naar gedaan!

— En zijn je kinderen ook al zoo vroeg op?

— Die gaan met den haan van stok en met de hennen er heen !

— En wat doen ze dan zoo den heelen dag ?

— Wel, buiten spelen, als 't goed weer is, zoo lang, tot

Sluiten