Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar blik, maar in de lucht, en dat blijft er zweven en dwarrelt neer, juist als de sneeuwvlokken in den winter; en het valt ook op je eten.

— 'k Zie er toch niet veel van, zuster.

— Kijk dan maar eens door dit reetje van de deur. De zon schijnt er juist door. Nu zie je ze toch wel dwarrelen, duizenden en duizenden. Bn wat nog het allerergste is : die komen in je neus en in je borst, in je longen, en maken, dat je haast geen adem meer kunt halen.

— Dan snuit ik mijn neus maar eens.

— En hoe krijg je het stof dan uit je borst? Daar kun je toch met je zakdoek niet bij, wel? Daar ligt nu een laagje van die fijne stofjes vol ziektekiemen. Die maken je longen zoo ziek.

En zou dat erg zijn ?

— Ja, eigenwijs moederke! Dat is heel erg voor een gezond mensch en dus nog veel erger voor een zieke. Kijk eens, eten doe je zoo nu en dan eens, maar ademen doe je dag en nacht zonder ophouden. Dus moet je zorgen, dat je borst — dat zijn je longen — goed gezond en sterk blijft.

— En wat moet ik dan doen ?

— borgen, dat er geen stof komt! Vooreerst: geen Zand op den vloer! Wanneer de vloer vuil is, moet ge het stof met een natte dweil opnemen. De meubelen moet je met een vochtigen doek afnemen. Geen kleedjes uitkloppen in de kamer, maar buiten, waar de zon er goed bij kan. Die zorgt dan wel, dat de ziektekiemen gedood worden. Ook de wanden en de zolder mogen niet droog afgestoft worden. Dan was 't nog beter om 't stof maar te laten zitten, waar 't zit. Dat is wel onzindelijk, maar 't is nog veel onzindelijker, 't stof de heele kamer door te jagen.

Wil ik je nu even op 't rustbed leggen ? 't Soepje is ondertusschen warm geworden. Dat zal je goed doen. Ik zal dan even bed en dekens buiten brengen.

— Och, zuster, wat bromt ge toch vandaag!

— Ja, vrouw Rutten, ik moet wel brommen, anders word je niet beter. En dat wil je toch graag, niet waar ? Zorg dan goed, dat je doet, wat ik zeg. Dan hoef ik niet meer te knorren !

Gelukkig de zieke, die zoo met moederlijke zorg en teederheid verpleegd wordt! Maar ook, zalig, gij engelen in menschengedaante, in waarheid en liefde onzer zusters, die U geeft geheel en al heil van den naaste!

Sluiten