Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geachte toehoorders, ik ben aan 't einde van mijn lezing. Ik heb U zoo eenvoudig mogelijk uitgelegd, wat ge van de tuberculose moet weten. Ik hoop, dat ge er veel nut uit moogt trekken en het besprokene zult toepassen in Uw leven. Ik wensch ook van harte, dat Ge de Nederlandsche Centrale Vereeniging en Uwe Groene Kruis naar beste vermogen zult steunen. Dan zult ge voorzeker medewerken tot bestrijding dezer treurige ziekte, tot geluk van velen!

XIV. DE TERING.

Om Gods wil erbarmt U!

Beelden uit het verleden.

Rijst nog eenmaal op voor mijn geest, dierbare gestalten, die me omzweefdet in lang vervlogen tijden 1 Rozamunda! Trots van vader, schat van moeder, hartediefje met uw lieven, gullen lach, uw jeugdig frisch gezicht, stralend van gezondheid, uw fiere houding, beeld van kracht, uw zielvol oog verrukkelijk van reine onschuld en blijden levenslust, zonnetje in het ouderhuis en van heel den vriendenkring! Wie zong, als gij, de schoonste liederen, zoo innig, zoo vol gevoel! Wie schertste zoo uittartend ondeugend en toch zoo geestig en toch nooit scherp! En wie ontplooide vaders zorgvol voorhoofd, stutte moeders uitgeputte kracht en koesterde en troetelde ondeugend broertje en troostte 't krijtend zusje, als gij, als gij ! Schoon waart gij onder de schoonsten, o Rozamunde, maar schooner was uw blanke ziel.

O, dat die blijde lach zoo pijnlijk droevig, zoo oneindig weemoedig zou worden! Dat die glans der oogen zou verduisteren en Levenslust moest kwijnen, langzaam en onherroepelijk! Had niet de matheid uwer oogen, had niet de fletsheid uwer ingevallen wangen en de droge kuch het ons verraden, wie had geloofd, dat gij ten prooi zoudt vallen der wreede kwaal ?

Sluiten