Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen de Gezondheidscommissiën, de Commissiën van toezicht op het lager onderwijs (indien zij onder hare leden geneeskundigen tellen) en de gemeenteartsen. De laatste kunnen in hun functie wel eens zoo nu en dan een schoolhygiënisch advies geven, doch meer niet; zoodra zij geregeld schoolbezoek verrichten en ook in de school kinderen gaan onderzoeken, treden zij op als schoolarts en doet men goed hun ook dien titel en de daarmee overeenkomende instructie en bezoldiging te verleenen, om overtuigd te kunnen zijn, dat hun taak in de school niet al te stiefmoederlijk behandeld wordt. Om te beoordeelen óf, en zoo ja, in hoeverre de beide reeds genoemde commissiën een schoolarts overbodig kunnen maken, moeten wij zijn taak in twee hoofddeelen ontleden :

1 e het geneeskundig onderzoek der nieuwe leerlingen en onderwijzers en het toezicht op den gezondheidstoestand van alle leerlingen en het geheele personeel;

2e het geven van geneeskundig advies bij den bouw en de inrichting der schoolgebouwen, het vaststellen van het leerplan, de zorg voor goede verlichting, verwarming, ventilatie enz..

In sommige gemeenten zijn beide werkzaamheden den schoolartsen opgedragen, in andere gemeenten slechts de eerste. Het is waar, dat de laatste werkzaamheden zeer goed verricht kunnen worden door eene commissie, die artsen onder hare leden telt, doch even waar is het, dat de eerste taak slechts opgedragen kan worden aan een' arts, die geregeld de scholen bezoekt — een schoolarts dus — en dat in den regel die schoolarts, indien hij eenige jaren in functie is, geregeld de scholen bezoekt en dus waarneemt, hoe het er toe gaat, zich zal interesseeren voor schoolhygiënische kwesties, daarvan uit den aard der zaken meer studie zal maken en dus beter adviseur zal worden daaromtrent dan een arts, die als lid eener eere-commissie zelden in de school komt. Heel begrijpelijk is het dus ook, dat men in vele gemeenten de fungeerende schoolartsen in de genoemde commissiën heeft benoemd.

Sluiten