Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op 1 en op 15 December 1909 in werking ten gevolge der wijzigingswet van 27 September 1909, Staatsblad No. 322. en door de wet, in verband met het onderzoek naar het vaderschap, van 16 November 1909, Staatsblad No. 363.

Waar in de volgende bladzijden naar den tekst der wetten wordt verwezen, zullen de artikelen van het Burgerlijk Wetboek worden aangeduid door de letters B. W., de artikelen van het Wetboek van Strafrecht door de letters S. R., — van de Gestichtenwet door de letters G. W., van de Koninkliike Besluiten door de letters K. B., met bijvoeging van het nummer van het bedoelde Staatsblad.

Algemeen College van Toezicht, Bystand en Advies voor het Rijks-Tucht- en Opvoedingswezen.

Het optreden van het College, welks uitgebreide titel hierboven is afgedrukt, ware eigenlijk eerst te wachten geweest, nadat de wet, waarbij het werd ingesteld, in werking ware getreden. Het werd echter reeds in het leven geroepen en benoemd bij Kon. Besluit van 23 Februari 1903.

Het heeft den President van den Nederlandschen Bond tot Kinderbescherming, Jhr. Mr. A. J. Rethaan Macaré, tot Voorzitter, en telt den Voorzitter van den Centraal-Bond van Chr. Philanthropische Inrichtingen in Nederland, Dr. J. Th. de Visser, onder zijne leden.

Een gedeelte van zijne taak, n.1. het adviseeren van den Minister omtrent het vaststellen van gewichtige maatregelen in verband met de kinderwetten, heeft het College reeds sedert bijna zeven jaren uitgeoefend.

Het tweede en belangrijkste deel zijner taak, n.1. het uitoefenen van een algemeen toezicht over de Tuchtscholen en Rijks-Opvoedingsgestichten en op de naleving der Regeerings-voorwaarden door de bijzondere stichtingen, die deze voorwaarden hebben aanvaard, is echter eerst begonnen bij de in-werking-treding der wetten. (Arten 5, 13, 20, 22 G. W. Arten 155, 157, 178, 184—198 K. B. 209.)

Sluiten