Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan eene Instelling van weldadigheid, wier statuten, stichtingsbrieven of reglementen duurzame verzorging van minderjarigen voorschrijven. (Art. 421 B. W.)

Het verdient opmerking, dat de voogdij niet wordt gegeven aan de bestuurders of regenten, doch aan de Vereeniging, de Stichting of de Instelling, alzoo aan het zedelijk lichaam. Alleen voor Vereenigingen geldt de eisch van het bezit der rechtspersoonlijkheid; Stichtingen en Instellingen van weldadigheid kunnen dus tot voogd worden benoemd, zonder dat de vraag naar hare rechtspersoonliikheid behoeft te worden gesteld.

Het benoemen van deze Instellingen tot voogd door vader of moeder bij testament is beslist uitgesloten. (Art. 409 B. W.)

Voor regenten of bestuurders van inrichtingen tot verzorging van weezen is deze verbetering van groote beteekenis. Het oude dubbelzinnige artikel 421 omtrent hunne voogdij is vervallen. Door de benoeming van den rechter verkrijgen zij alle rechten van den gewonen voogd. Heeft deze benoeming niet plaats, dan hebben de kinderen een anderen voogd; en kunnen regenten of bestuurders alleen met diens goedvinden gezag over de kinderen uitoefenen.

Bij eene overgangsbepaling is nog vastgesteld, dat de voogdij, door regenten van eenig gesticht tot 1 December 1905, volgens het oude Art. 421, uitgeoefend, over kinderen, die staan onder de ouderlijke macht of die een ander tot voogd hebben, met dien datum eindigt; doch dat die voogdij, tot 1 December 1905 uitgeoefend over kinderen, die noch staan onder de ouderlijke macht, noch een ander tot voogd hebben, feitelijk voortduurt, maar, volgens de bewoordingen van het nieuwe Art. 421, wordt beschouwd te zijn de voogdij van de Vereeniging, Stichting of Instelling, waartoe het gesticht behoort.

De bestuurders van zoodanige Vereeniging of Stichting zijn verplicht aan den Voogdijraad en aan den Officier van Justitie schriftelijk mede te deelen. in welke woningen of

Sluiten