is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderwetten en de daarmede verband-houdende maatregelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen jongeren en ouderen. (Arten 158-—164, 126—147 K. B. 209.)

Ook voor de opvoeding van deze zoogenaamde Regeeringsopvoedelingen rekende de wetgever in hooge mate op de bereidvaardigheid en krachtige medewerking der philanthropisehe instellingen.

Ja, blijkens de Memorie van Toelichting bij het ontwerpgestlchtenwet, ligt het in de bedoeling dat alleen „de kinderen, met bijzonder verdorven, weerbarstig of gevaarlijk karakter, die alsnog of bij voortduring bijzonder toezicht en tucht blijken te behoeven, meer geruimen tijd in het Rijksgesticht zullen verblijven;" de overigen worden zooveel mogelijk ter opvoeding toevertrouwd aan bijzondere instellingen tot verzorging van minderjarigen.

Het toevertrouwen dezer kinderen aan particuliere personen kent de wet niet.

Vereenigingen of instellingen, die in staat en genegen zijn, op deze wijze met de Regeering samen te werken in het belang der kinderen van ons volk, geven van dit voornemen kennis aan den Minister van Justitie, onder overlegging harer statuten of reglementen, en onder mededeeling der categorie en van het aantal van verpleegden, tot welker ontvangst zij bereid zijn. (Art. 115 K. B. 209.) Bij het woord categorie moet worden gedacht aan onderscheidingen naar geslacht, godsdienst, leeftijd (b.v. tot 16 jaar) en ontwikkeling. (b.v. geen achterlijken.) Bovendien moeten worden verstrekt de opgaven omtrent bouw en inrichting van het gesticht, welke reeds op bladz. 2i zijn vermeld. (Art. 115bis.)

Hebben deze kennisgeving en mededeeling plaats gehad, dan mogen ook geene minderjarigen worden geweigerd, dan op grond dat zij niet behooren tot de overeengekomen categorie of dat door hunne opname het overeengekomen aantal zou worden overschreden. (Art. 122 K. B. 209.)

Het toezicht vanwege het Algemeen College en vanwege den Minister heeft plaats op dezelfde wijze als reeds is