Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omschreven op bladz. 24 en 25. (Arten 148—157 K. B. 209.)

Nadat een verpleegde van de Regeering is overgenomen, kan voor zijn verzorging subsidie worden aangevraagd aan den Minister van Justitie op ongezegeld formulier, terwijl aan het einde van elk kwartaal een opgave van de te vorderen subsidie in tweevoud (waarvan één gezegeld) bij den Minister wordt ingediend. (Arten 12, 16, 16l,is, 16tPr, G. W. Arten 161 en 164 K. B. 209.)

Hierbij mag niet worden verzwegen dat op het oogenblik de plaatsing van Protestantsche jongens zeer wordt bemoeilijkt, door het ontbreken (naast het Doorgangshuis te Hoenderlooj van een tweede behoorlijk ingericht gesticht, Het is daarom een dringende noodzakelijkheid dat het gesticht, tot welks oprichting de Synode der Ned. Hervormde Kerk het initiatief nam, ten allerspoedigste worde gebouwd en geopend.

Civielrechtelyke en strafrechtelijke dwangopvoeding.

Ten slotte zij nog besproken een misverstand, dat blijkbaar bij sommige belanghebbende personen en vereenigingen bestaat.

Men maakt namelijk, bij het bespreken der nieuwe wetsbepalingen, een scherp onderscheid tusschen kinderen, die niet voor den strafrechter verschenen, doch over wie de voogdij moet worden aanvaard, omdat hunne ouders van hunne macht zijn ontheven of ontzet (Voogdijkinderen) en kinderen, die wèl voor den strafrechter verschenen, en door de Regeering ter verpleging aan bijzondere instellingen worden toevertrouwd (Regeeringskinderen).

De eersten zouden zijn de braven, die desnoods in een gewoon weeshuis konden worden opgenomen — de laatsten zouden zijn de slechten, die in een opvoedingsgesticht met strenger regels een plaats moeten vinden.

Dat men deze onderscheiding maakt is zeer begrijpelijk, maar niettemin onverdedigbaar.

Het zijn twee geheel verschillende wetten, die omtrent deze kinderen handelen: omtrent de eersten het Burgerlijk

Sluiten