Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat er wel reden is, tot het toekennen van een toeslag aan verzekerden. Weet men hoe de regelingen plaatselijk zijn, dan zal met het K. N. S. kunnen worden nagegaan, of de principes, omtrent de beste wijze voor de regeling van den steun, overal zooveel mogelijk kunnen worden doorgevoerd. ^

De Voorzitter zegt, dat er een algemeene instemming blijkt te zijn met het voorstel van het N. V. V. doch met dien verstande, dat de Werkloosheidsraad van meening is, dat hij zich onmiddellijk moet wenden tot het K. N. S. over de regeling van het wachtgeld en in dat schrijven erop moet wijzen, dat die regeling komt op het terrein van de werkloozenverzorging en dus ook op dat der verzekering tegen werkloosheid. Er kan dan op gewezen worden, dat de Werkloosheidsraad in die regeling nadeelen ziet en naar middelen vraagt, om die nadeelen te voorkomen en dat hij daarom verzoekt, om in gesprek te treden over een en ander. Bovendien vergete men niet, dat deze maatregelen van voorbijgaanden aard zijn als o-evolg van het gebrek aan steenkool en grondstoffen. ° Op een vraag van den Voorzitter stemt de vergadering ermede in, dat in dien geest een schrijven gezonden zal worden.

De heer De Bordes vraagt, of dan nog gewezen zal worden op de belangen van de visschers.

De Voorzitter meent, dat dit los moet behandeld worden van hetgeen thans in dat schrijven zal worden gevraagd.

De heer Vonk de Both wijst erop, dat er toch een regeling voor de visschers zal moeten worden gevonden

De heer Van den Tempel zegt, zich steeds te hebben gedacht, dat indien men over de algemeene regeling zou gaan praten er het gevolg van zou zijn, dat men over de uitwerking ook in overleg zou moeten treden en men dus vanzelf op het terrein zal komen, dat de heer De Bordes aanwijst. Hij voorziet wel een groote moeilijkheid, omdat het K. N. S. den steun verleent en de regeling daarom zal moeten doorvoeren. Er is dus een gevaar, dat men zou kunnen vinden dat men op een terrein kwam, dat tot het gebied van het K. N. S. behoort. Dan zou het een competentiestrijd worden en die moeten wij niet hebben, maar als men overal de belangen van de verzekering naar voren brengt en die wil behartigen, dan zal men er toch toe moeten komen te vragen : hoe staat het nu overal met de regeling van den steun, en dan zal men vanzelf tot overleg komen bij de bijzondere uitvoering.

De heer Spier verklaart zich voor het voorstel en hij meent ook, dat waar de tendens bestaat de verzekering wat achteruit te zetten, er nu een poging gedaan zal worden om de verzekering en de werkloozenkassen overal weer meer naar voren

te halen. , . ,

De heer Folmer wijst erop, dat dus het onderzoek m overleg

met het K. N. S. zal geschieden. ,

De Voorzitter zegt, dat het onderzoek toch niet zoo hee

Sluiten