Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE C.

Verslag van de Besprekingen met het Kon. Nat.

Steuncomité op 30 October 1917 te 's-Gravenhage.

Een schrijven aan de leden van den W. R. d. d. 1 November 1917 bevatte het onderstaande verslag van bovengenoemde besprekingen :

Prof. Nolens vestigde de aandacht erop, dat voor dezen tijd van uitgebreide werkloosheid de verzekering niet helpen kan. Het verzekeringsprincipe brengt mee, dat de verzekering alleen helpen kan wanneer er een risico aan verbonden is, waaraan velen bloot staan, doch dat slechts weinigen betreft.

Hieruit zou volgen, dat als de verzekering nu niet helpen kan, de verzekering moet worden stop gezet en er uit anderen hoofde zou moeten worden gesteund.

Prof. Treub deed hiertegen opmerken, dat dit wel een oplossing voor een theoretische moeilijkheid geeft, maar niet voor een practische, en dat het K. N. S. aan deze oplossing, om de geheele verzekering stop te zetten, niet kan denken.

Prof. De Vooys oordeelde, dat de nadeelen, die de Werkloosheids-Raad voor de verzekering vreest bij eene uitkeering van wachtgeld, niet zoo groot zijn, omdat de kas toch versterkt wordt.

Prof. Nolens antwoordde hierop, dat toch de vrees niet ongegrond is, dat als een verzekerde bemerkt, dat hij en een niet-verzekerde, die geen premie heeft betaald, evenveel krijgen, dat dan de verzekerde zal bedanken voor zijn kas.

De ondergeteekende gaf een voorbeeld uit de praktijk, waaruit bleek, dat dit inderdaad reeds gebeurt, en wees erop, dat indien de uit keeringen uit de kas niet meer worden verstrekt, de werkloosheidskas wel sterker wordt, indien de subsidie doorgaat, doch dat een werkloos lid individueel er niet beter van wordt.

Prof. Treub stemde met het oordeel van Prof. Nolens en ondergeteekende in.

Prof. De Vooys antwoordde, dat die nadeelen ondervangen zouden worden, indien den verzekerde eene hoogere uitkeering zou worden verstrekt. Hij stelde daarom voor, dat het K. N. S. aan alle steuncomité's een circulaire zou richten, waarin er op aangedrongen zou worden, de uitkeering uit de werkloozenkas slechts voor een deel, b.v. \ of § in mindering te brengen van de uitkeering, door het steuncomité te verstrekken.

De beide andere heeren van het K. N. S. stemden hiermede in.

Ondergeteekende deed nog opmerken, dat men dan ook de uitgetrokkenen op deze voordeelige voorwaarde moest behandelen.

Sluiten