Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de uitkeering, vroeger uit de werkloozenkas genoten aan de uitgetrokken en boven den gewonen steun door het steuncomité verleend, zal worden gegeven en dat men dezerzijds meent, dat dit tenminste \ moet zijn.

De heer Folmer kan zich hier zeer goed mee vereenigen.

De Voorzitter brengt hierop zijn voorstel in stemming en niemand verklaart zich ertegen.

De heer De Bordes vraagt of het niet mogelijk zou zijn het K. N. S. te verzoeken aan verzekerden, die bij een werkverschaffing worden geplaatst een hooger loon te geven dan aan niet-verzekerden. Naar aanleiding van opmerkingen van verschillende zijde gemaakt wordt besloten deze aangelegenheid tot een volgende vergadering aan te houden.

De Voorzitter brengt thans in bespreking het voorstel om aan hen, die een garantieloon ontvangen en verzekerd zijn nog een uitkeering uit de werkloozenkas te geven.

De vertegenwoordigers van het N. V. V. stellen voor, om indien het garantieloon blijft beneden het normale loon, dat ontbrekende loon te beschouwen als te zijn ontstaan door gedeeltelijke werkloosheid en dan de regeling die geldt bij gedeeltelijke werkloosheid in toepassing te brengen. De Voorzitter is van oordeel, dat dit een zeer plausibele regeling is.

De heer Eolmer voelt in het algemeen voor deze regeling. Het garantieloon zou dus beschouwd worden als loon voor een zeker aantal werkuren. De vraag is echter : Wat is garantieloon. Hij toont met een voorbeeld uit de praktijk (Hilversum) aan, dat het vaak moeilijk is precies uit te maken of een uitkeering wel garantieloon is.

De Directeur doet opmerken, dat zoo al niet alle reglementen zullen moeten worden herzien, dan toch sommige reglementen zullen moeten worden aangevuld, omdat zij niet voorzien in het geval, dat uitkeering uit de werkloozenkas wordt ontvangen boven de uitkeering van den werkgever, of omdat zij geen uitkeering bij gedeeltelijke werkloosheid kennen.

De Voorzitter acht het beter hier geen discussies te houden over wat garantieloon is ; evenmin over de vraag of de reglementen zullen moeten worden aangevuld of gewijzigd, doch zich te bepalen tot de hoofdgedachte. Vereenigt men zich ermee, dan zal de Ned. Werkloosheidsraad een verzoek richten tot den Minister van Waterstaat en deze zal dan wel het verzoek in handen stellen van de Rijkscommissie van Advies om advies. Daar zullen dan die discussies meer op haar plaats zijn.

De heer Spier wijst er op, dat er bezwaar aan verbonden is het woord „garantieloon" te gebruiken, omdat dit in sommige gevallen een andere beteekenis heeft dan die van wachtgeld.

De Voorzitter zegt dat met de opmerking van den heer Spier rekening zal worden gehouden. Hij vraagt vervolgens

Sluiten