Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 19 -

stelsel) zijn vervallen ingevolge de wet van 1 Mei 1917, S. 358.

— Zie ook de eerste aanteekening op art. 12.

Art. 19. De ledenlijsten gelden voor een tijdvak van zes kalenderjaren.

Wordt door Ons gebruik gemaakt van de bevoegdheid omschreven in het derde lid van artikel 143 dezer wet, dan gelden de voor de eerste maal vastgestelde ledenlijsten tot 1 Januari 1904.

Op hun verzoek kunnen leden en plaatsvervangende leden door Gedeputeerde Staten worden ontslagen.

Dit artikel is, wat betreft het eerste lid, aldus gewijzigd bij de wet van 1 Mei 1917, S. 358.

Art. 20. Is aanvulling van de lijsten noodig tengevolge van het tusschentijds uitvallen ^an een lid of diens plaatsvervanger, dan geschiedt die aanvulling door Gedeputeerde Staten.

Dit artikel is aldus gewijzigd bij de wet van 1 Mei 1917, S. 358.

Art. 21. (Vervallen).

Dit artikel is vervallen krachtens de wet van 1 Mei 1917, S. 358.

— Zie ook de eerste aanteekening op art. 12.

Art. 22. Binnen vier jaren na de inwerkingtreding van deze wet wordt 'een voorstel van wet bij de Staten-GeneraaJ ingediend tot nadere regeling van het onderwerp, bij de artikelen 9 tot en met 21 voorzien.

Zie de aant. onder art. 143.

— Dit artikel is aldus gewijzigd bij de wet van 5 Juni 1905, S. 161.

Deze wet bevatte een slotbepaling, welke nader is vastgesteld bij de wet van 24 Juli 1908, S. 268. Deze slotbepaling is gewijzigd bij de wet van 28 December 1911, S. 374, en die van 30 December 1914, S. 620. Ten ge-

Sluiten