Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 31

3°. bestuurder of commissaris eener, in artikel 52 der Ongevallenwet 1901 bedoelde, naamlooze vennootschap of rechtspersoonlijkheid bezittende vereeniging.

Art. 33. De leden van de raden van beroep en hunne plaatsvervangers kunnen door den centralen raad van beroep, bij met redenen omkleede beschikking, worden ontslagen :

1°. wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf tot gevangenisstraf of hechtenis zijn veroordeeld ;

2°. wegens wangedrag of onzedelijkheid of bij herhaaldelijk gebleken achteloosheid in de uitoefening hunner functie: 3°. wegens het plegen van handelingen in strijd met de voorschriften van artikel 30.

De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters kunnen bovendien, op dezelfde wijze, door den centralen raad van beroep worden ontslagen, wegens overtreding van de bepaling van artikel 31, eerste lid.

Art. 34. De leden van de raden van beroep en hunne plaatsvervangers worden door den centralen raad van beroep, bij met redenen omkleede beschikking, ontslagen :

1°. de leden-werkgevers of hunne plaatsvervangers indien zij werklieden, de leden-werklieden of hunne plaatsvervangers indien zij werkgevers worden in den zin der Ongevallenwet 1901 :

2°. bij gebleken ongeschiktheid door ouderdom, door aanhoudende lichaamsziekte of ten gevolge van zielsziekte :

3°. de voorzitter, indien hij handelt in strijd met artikel 31a, de voorzitter en

Sluiten