Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art 78

verzekeringspliehtig bedrijf werkzaam is en aldaar niet zijne woonplaats heeft, indien in het land, waar de onderneming van dien werkgever is gevestigd, eene verplichte verzekering bestaat, welke van toepassing is ten aanzien van den werkman, die in Nederland woont en voor eene in Nederland gevestigde onderneming in het land, waar de eerstbedoelde onderneming is gevestigd, het bedrijf uitoefent.

„Zal voor den eerstvermelden werkman — vroeg men — de raad van beroep gelden in litt. n van art. 77 aangehaald, namelijk die, binnen wiens ressort het ongeval voorviel ?" Op die vraag werd in bevestigenden zin door de Regeering geantwoord.

Art. 78. Indien geen andere raad van beroep bevoegd is, behoort de zaak tot de kennisneming van den raad van beroep, bij ctlgemeenen maatregel van bestuur aangewezen.

Dit artikel is aldus gewijzigd bij de wet van 1 Mei 1917, S. 358.

— Zie voor de uitvoering van dit artikel het besluit van 11 Juni 1917, S. 460, onder de bijlagen opgenomen.

Art. 79. Het twistgeding voor den raad van beroep wordt ingeleid door het inzenden van een klaagschrift ter griffie van den bevoegden raad van beroep, binnen den in de Ongevallenwet 1901 bepaalden termijn.

Wordt beroep ingesteld ingevolge de bepaling van artikel 109 der Ongevallenwet 1901 dan moet het klaagschrift worden ingezonden binnen dertig dagen na de dagteekening van de mededeeling der beslissing van het bestuur der Rijksverzekeringsbank.

Art. 80. Bij het klaagschrift wordt een afschrift daarvan overgelegd, alsmede een afschrift van de beslissing waartegen het beroep is gericht.

Sluiten