Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 95

de Ongevallenwet 1901, zijn verplicht aan den voorzitter van een raad van beToep, binnen den door hem bepaalden termijn, op diens verzoek, schriftelijke inlichtingen te geven omtrent in hunne verzekeringsplichtigq ondernemingen voorgekomen ongevallen en omtrent zaken en feiten de naleving van die wet betreffende. De toezending van die inlichtingen geschiedt met vrijstelling van port.

Het bestuur der Rijksverzekeringsbank en degenen, die werkgevers zijn krachtens de Ongevallenwet 1901, zijn verplicht aan den voorzitter van een raad van beroep, op diens aanvrage, inzage te verleenen van hunne boeken en bescheiden, voor zoover deze betrekking hebben op arbeidsloonen.

Bij publiekrechtelijke lichamen worden, voor de toepassing dezer bepaling, als werkgevers beschouwd degenen, die, bij artikel 33 der Ongevallenwet 1901, aangewezen zijn om de, bij artikel 32 dierzelfde wet gevorderde, aangifte te doen.

Art. 95. De voorzitter kan een onderzoek, omtrent bepaalde door hem op te geven punten, opdragen aan het districtshoofd der arbeidsinspectie, tot wiens district de plaats waar het onderzoek moet worden ingesteld behoort, of, in gemeenten waar een commissaris van rijksof gemeentepolitie is, aan dezen en in andere gemeenten aan den burgemeester.

Met toestemming van den voorzitter kan het districtshoofd der arbeidsinspectie het onderzoek opdragen aan een onder hem werkzaam gestelden ambtenaar, niet beneden den rang van adj unctinspecteur.

Dit artikel is aldus gewijzigd bij de wet van 1 Juli 1906, S. 250.

Sluiten