Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 97

geven personen op te roepen en stelde daarbij de vraag of niet bepaald behoorde te worden, dat hij daartoe verplicht is.

De Minister antwoordde hferop, dat de bepaling handelt over de verhouding tusschen dengene die met het onderzoek belast is en de opgeroepenen. Waar de leider van het onderzoek bevoegd wordt verklaard tot oproepen,

volgt hieruit, dat de opgeroepenen verplicht zijn te verschijnen, zoodat de artt. 192 en 444 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing zullen zijn, als zij wegblijven. Dat de leider van het onderzoek tegenover den voorzitter verplicht is de door'dezen opgegeven personen op te roepen, sprak, naar de meening des Ministers, vanzelf en behoefde dus niet uitdrukkelijk gezegd te worden.

Art. 97. De voorzitter kan, bij het geven van eene opdracht tot onderzoek, den daarmede belasten ambtenaar schriftelijk machtigen, binnen te treden in alle plaatsen, waar eenig bedrijf wordt uitgeoefend, of waar het ongeval is voorgevallen, dat tot het ontstaan van het twistgeding aanleiding heeft gegeven, met uitzondering van de Rijkswerkplaatsen en Rijksfabrieken en de inrichtingen bedoeld in artikel 24 der Hinderwet.

Deze ambtenaar kan zich doen vergezellen van de, door hem voor het onderzoek volstrekt noodzakelijk geachte of door den voorzitter opgegeven, getuigen en deskundigen.

De bevoegdheid ook Rijkswerkplaatsen en Rijksfabrieken en inrichtingen bedoeld in artikel 24 der Hinderwet binnen te treden, vergezeld van voornoemde personen, kan door den voorzitter alleen worden verleend aan de districtshoofden der arbeidsinspectie.

In plaatsen welke tevens woningen

Sluiten