Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 121

schrift ter griffie van den centralen raad van beroep, diens uitspraak te vragen in het hoogste ressort.

Art. 120. Op de behandeling voor den centralen raad van beroep vinden de bepalingen van de artikelen 80—89 en 91— 118 overeenkomstige toepassing, behoudens de navolgende afwijkingen :

1°. dat van het beroepschrift zooveel afschriften worden overgelegd als er, behalve den inzender, partijen in het twist geding zijn ;

2°. dat het beroepschrift, behalve hetgeen in artikel 82 wordt voorgeschreven, ook den raad van beroep moet vermelden, die in het twistgeding uitspraak heeft gedaan ;

3°. dat in het in artikel 88 bedoelde geval de centrale raad bovendien van het ingesteld beroep zoo spoedig mogelijk mededeeling doet aan den raad van beroep, die in het geding uitspraak heeft gedaan, wiens griffier binnen drie dagen na ontvangst van die mededeeling de processtukken met een afschrift der aangevallen beslissing inzendt ter griffie van den centralen raad van beroep ;

4°. dat de voorzitter bij het vaststellen van den dag voor de behandeling van het beroep ter terechtzitting, indien hem zulks wenschelijk voorkomt, een lid aanwijst om aldaar als rapporteur op te treden, welke rapporteur alsdan zijn rapport uitbrengt, nadat de griffier de in artikel 103 bedoelde conclusiën heeft voorgelezen.

Zie het besluit van 20 Maart 1903, S. 87, onder de bijlagen opgenomen.

— Zie ook de aanteekening op art. 82, 3°.

Art. 121. Behalve aan de personen in

5*

Sluiten