Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sing of hunne weigering om eene hun overeenkomstig de artikelen 25, 28 of 29 opgedragen betrekking te aanvaarden.

Art. 25. De volgende betrekkingen kunnen aan de voorzitters van en de griffiers bij de ontbonden raden van beroep ook buiten hun verzoek worden opgedragen :

1°. aan de voorzitters, de betrekking van voorzitter van eenen raad van beroep of van lid van den centralen raad van beroep of die van rechter van een kanton der eerste klasse, van lid van eene arrondissemetits-rechtbank of van lid van een gerechtshof;

2°. aan de griffiers, behalve de onder n°. 1 vermelde betrekkingen, die van rechter van een kanton der tweede of derde klasse of die van griffier bij eenen raad van beroep of bij den centralen raad van beroep of die van griffier bij een kantongerecht, eene arrondissements-rechtbank, een gerechtshof of den Hoogen Raad.

Art. 26. Indien de voorzitter van of de griffier bij eenen ontbonden raad van beroep, krachtens artikel 25, wordt benoemd tot eene betrekking op eene wedde, die niet 1000 gulden meer bedraagt dan de tot dusverre door hem genotene, ontvangt hij als toelage het verschil tusschen het beloop der nieuwe en het met 1000 gulden verhoogd bedrag der tot dusverre genoten wedde.

Indien aan de nieuwe betrekking eene aanvangswedde verbonden is, houdt de toelage geheel op, zoodra het bedrag van deze wedde tot 1000 gulden boven het beloop der tot dusverre genoten wedde i s gestegen.

Sluiten