is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 8sten December 1902, S. 208, zooals die wet gewijzigd is bij de wetten van 5 Juni 1905, S. 161, 1 Juli 1909, S. 250, 28 December 1911, S. 374, 1 Mei 1917, S. 358 en 26 Juli 1918, S. 494 tot uitvoering van art. 75 der Ongevallenwet 1901 (Beroepswet)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den raden van beroep aanhangig, worden afgedaan :

1°. voor zoover aanhangig bij eenen raad, gevestigd in eene gemeente, waar een nieuwe raad van beroep gevestigd wordt, door den nieuwen raad ;

2°. voor zoover aanhangig bij eenen elders gevestigden raad, door den nieuwen raad van beroep, tot wiens rechtsgebied de gemeente behoort, waar de ontbonden raad gevestigd was.

De twistgedingen worden voortgezet in den staat, waarin zij ten tijde van de invoering van deze wet verkeeren.

Art. 35. Het verzoek tot nietigverklaring van eene uitspraak, door eenen ontbonden raad van beroep gewezen, wordt ingesteld bij den nieuwen raad, die de voor den ontbonden raad aanhangige zaken afdoet.

Art. 36. De oproeping om voor eenen ontbonden raad van beroep te verschijnen geldt als oproeping om te verschijnen voor den nieuwen raad, die de voor den ontbonden raad aanhangige zaken afdoet.

Indien deze raad op den bepaalden dag geene zitting houdt, wordt de oproeping geacht gedaan te zijn tegen de eerstvolgende zitting.

Art. 37. De minuten, registers en verdere bescheiden, benevens de boeken, ter griffie van eenen ontbonden raad van beroep berustend, worden overgebracht naar de griffie van den nieuwen raad, die de voor den ontbonden raad aanhangige zaken afdoet.

Slotbepalingen.

Art. 38. In artikel 349 van de Invaliditeitswet worden de tweemaal daarin

S. & J. n°. 65, 4' dr. 6