Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. De voorzitter van den raad van beroep zendt de kennisgeving aan den burgemeester der gemeente, waarin de uitreiking moet plaats hebben. De burgemeester doet de kennisgeving onverwijld door een beambte der gemeentepolitie, die tevens gemeente- of onbezoldigd rijksveldwachter is, uitreiken.

De uitreiking wordt door dezen politieambtenaar bij proces-verbaal geconstateerd, welk proces-verbaal wordt gezonden aan den voorzitter van den raad van beroep.

4. De werkgever, of, in het geval voorzien in het tweede lid van artikel 40 der Beroepswet, de voor de nakoming der in het eerste lid van dat artikel aangeduide verplichting aansprakelijk gestelde persoon, tot wien overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 1 en 2 eene kennisgeving is gericht, is verplicht zorg te dragen, dat aan het lid of plaatsvervangend lid in die kennisgeving aangeduid vrijaf wordt gegeven overeenkomstig de bepalingen der artikelen 5 'en 6.

5. Aan leden of plaatsvervangende leden, die de bijeenkomst van den raad van beroep kunnen bijwonen zonder daartoe van elders te reizen naar de gemeente, waarin de bijeenkomst wordt gehouden, wordt vrijaf gegeven vanaf een uur vóór den aanvang der bijeenkomst tot een uur na afloop daarvan. 1

6. Aan leden of plaatsvervangende leden, die om de bijeenkomst van den raad van beroep te kunnen bijwonin moeten reizen van elders naar de gemeente, waarin de bijeenkomst wordt gehouden, wordt vrijaf gegeven vanaf een uur vóór het tijdstip, waarop zij moeten afreizen om tijdig aanwezig te kunnen zijn, tot een uur na het tijdstip waarop zij, na afloop der bijeenkomst zonder onnoodig oponthoud vertrekkende, kunnen zijn teruggekeerd.

Voor de toepassing van de bepaling van het eerste lid wordt aangenomen :

1°. dat gereisd wordt op doelmatige wijze zooveel mogelijk met gebruikmaking van openbare middelen van vervoer;

2°. dat afstanden van niet meer dan vijf kilometer te voet worden afgelegd :

3°. dat de heenreis geheel volbracht wordt

1 Dit artikel is aldus gewijzigd bij besluit van 11 Juni 1917, S. 462.

Sluiten