is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 8sten December 1902, S. 208, zooals die wet gewijzigd is bij de wetten van 5 Juni 1905, S. 161, 1 Juli 1909, S. 250, 28 December 1911, S. 374, 1 Mei 1917, S. 358 en 26 Juli 1918, S. 494 tot uitvoering van art. 75 der Ongevallenwet 1901 (Beroepswet)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij bericht of advies worclt gevraagd. Hij deelt daarbij mede, wat naar zijne meening daarop dient geantwoord te worden.

53. Binnen acht dagen na ontvangst deelt ieder lid den voorzitter mede de aanmerkingen, waartoe het voorgestelde antwoord hem aanleiding geeft of wat hij in plaats daarvan zou willen antwoorden.

54. Na verloop van den termijn in het vorig artikel bepaald, zendt de voorzitter het antwoord door hem aan de leften voorgesteld aanOnzen Minister van Justitie of den centralen raad van beroep in, vergezeld van de brieven, naar aanleiding daarvan door de leden tot hem gericht. Hij kan daarbij nadere beschouwingen zijnerzijds overleggen.' Een afschrift van deze beschouwingen wordt ter griffie nedergelegd ter inzage van de leden.

55. De voorzitter van den raad van beroep brengt gevallen van plichtverzuim der leden of der plaatsvervangende leden ter kennis van den voorzitter van den centralen raad van beroep en verschaft dezen desgevraagd daaromtrent nadere inlichtingen.

VIERDE HOOFDSTUK.

Van de griffiers, substituut-griffiers, plaatsvervangende griffiers, beledigde klerken ter griffie, schrijvers, hulpschrijvers en bedienden. 1

EERSTE AFDEELING.

Van de, griffiers, substituut-griffiers, plaatsvervangende griffiers en beledigde klerken ter griffie. 1

56. Buiten de werkzaamheden aan den griffier bij de wet of bij een algemeenen maatregel van bestuur opgedragen, is hij belast met het beheer der griffie en met het bewaren der minuten, registers en stukken aan het college toebehoorende.

De verzamelingen van wetten en besluiten, alsmede de boekwerken ten gebruike van het college worden insgelijks door hem bewaard.

57. De griffier ontvangt en verantwoordt de gelden, aan 's Rijks kas krachtens de wet verschuldgd voor verstrekte afschriften van stukken.

1 Dit opschrift is aldus nader vastgesteld bij besluit van 11 Juni 1917, S. 461. S. & J. n*\ 66, 4® dr. 7