Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een artikel betreffende den financieelen steun aan zoodanige gemeenten, die in bijzondere mate zullen verplicht worden tot betrekkelijk zware lasten ten behoeve van de hier bedoelde dersonen, tegemoetgekomen aan de bezwaren van hen, die meenen, dat het aanvankelijk ontwerp van wet de ongelukkigen te veel aan hun lot overliet, bovendien zal hierdoor zeker grootendeels het bezwaar ondervangen zijn van hen, die in dit verband voor de gemeentelijke financiën groote onbillijkheden vreesden, daar gemeenten zouden kunnen belast worden met de armenzorg voor personen, die in die gemeente tot dusverre geheel onbekend waren."

De terbeschikkingstelling van de Regeering als maatregel van overheidszorg ten behoeve van de woonwagen- en woonschipbewoners ten slotte behoorde, naar het oordeel der Regeering, thuis in eene afzonderlijke Bedelarij wet.

Nog voordat de wet, welke in 1912 ingediend, doch eerst in Mei 1918 in openbare behandeling gekomen was, in werking was getreden, is een voorstel tot wijziging van art. 35 (overgangsbepaling) ingediend, welk voorstel door de intusschen weder nieuw opgetreden Regeering nader gewijzigd is. Dit gewijzigd voorstel (uitgegaan van de Min isters van Justitie en Arbeid) is geworden de wijzigingswet van 11 Januari 1919, S. 16, welke de overgangsbepaling ten slotte toch nog verzacht heeft.

S. & J« n°. 94,

2

Sluiten