Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1

WET

van den 26sten Juli 1918, S. 492,

houdende regeling betreffende woonwagens en woonschepen.

(Zooals die wet is gewijzigd bij de wet van 11 Januari 1919, 8. 16.)

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of liooren lezen, salut! doen te weten :

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat een regeling bij de wet betreffende woonwagens en woonschepen noodzakelijk is ;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-txeneraal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze :

Art. 1. Onder woonwagens en woonschepen verstaat deze wet wagens en schepen, uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd.

Bij algemeenen maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld betreffende de inrichting en het gebruik van woonwagens en woonschepen.

Lid 1. „De definitie omtrent woonwagens en woonschepen, voorkomend in het door de Staatscommissie voorgestelde ontwerp van wet, is hier overgenomen, te eerder waar deze definitie in een groot aantal der gemeenteverordeningen eveneens voorkomt en aan duidelijkheid niet te wenachen blijkt over te laten. Aldus zal deze definitie bevestigen

Sluiten