Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1

de bestaande opvatting, welke voer- en vaartuigen woonwagens en woonschepen zijn, en welke niet, ook al worden zij wel tot woning gebruikt. Zoo zullen overeenkomstig de geldende opvatting de schepen van gewone turfschippers niet als woonschepen mogen worden beschouwd. Het is toch duidelijk, dat een gewone turfschipper zijn schip hoofdzakelijk gebruikt tot het vervoer van turf. Voor zijn handel is het schip onvermijdelijk, doch zijn woning zou hij desnoods ook elders kunnen hebben. Evenmin is een woonschip een zeiljacht, dat hoofdzakelijk dient voor het zuiver genoegen der bewoners. Daarentegen zijn alle schepen, die het geheele jaar door op eenzelfde plaats liggen — een zeer talrijke categorie schepen, gelijk de enquête van Juli 1911 leerde — natuurlijk wel als woonschepen te beschouwen. Ofschoon de vorm van vervoermiddel vaak nog aanwezig is, wordt het schip nimmer als zoodanig gebruikt en zou zonder bezwaar voor den handel, dien de bewoners drijven, evengoed een andere woning kunnen worden betrokken. Dat verder de wagens, bewoond door kermisreizigers, stoelenmatters, ketellappers, scharenslijpers, enz. ook volgens de definitie van deze wet onder het begrip woonwagens blijven vallen, behoeft wel geen nader betoog.

De algemeene maatregel van bestuur zal moeten bepalen, aan welke eischen de woonwagens en woonschepen moeten voldoen ten aanzien van hun „inrichting" (afmetingen der ter bewoning ingerichte vertrekken, voorkoming van brandgevaar en vochtigheid, hechtheid van vloeren, dak en eventueele trappen, enz.) en welke voorschriften moeten worden in acht genomen bij het „gebruik" (aantal bewoners in verband met de ruimte der vertrekken, afscheiding van slaapplaatsen, verlichting in verband met de veiligheid op den openbaren weg, enz.).

Het schijnt niet gewenscht te bepalen, dat de algemeene maatregel van bestuur alleen eischen mag stellen in het belang van de gezondheid en zedelijkheid, gelijk de Staatscommissie voorstelde. Bepalingen ter voorkoming van brandgevaar b. v. zullen in geen geval mogen ontbreken." (M. v. T.)

2*

Sluiten